Je zou het bijna niet geloven als je de krantenkoppen leest, maar het jaarlijkse rapportcijfer van het kabinet voor het schoolvak ‘klimaat’ ziet er eigenlijk wel goed uit. Voor het eerst komen de eigen gestelde doelen binnen bereik. En dat voor een kabinet dat op zijn laatste benen loopt. Een land als het Verenigd Koninkrijk laat zien dat het ook anders kan door zijn klimaatambities doodleuk te verlagen.

Ik ben ook blij met de inventarisatie door demissionair minister Rob Jetten van wat in de pers ‘fossiele subsidies’ zijn gaan heten. Een zorgvuldige analyse waarbij de reactie van columniste Marieke Stellinga van NRC boekdelen sprak: ‘Het afschaffen van fossiele subsidies? Zo simpel is het niet’.

Ondertussen werken we vanuit VEMOBIN hard aan de cijfers die onder dat rapportcijfer liggen. Zo viel mijn oog op de volgende passage uit de Klimaat- en Energieverkenning (KEV): In de industriesector kan met alle klimaatplannen met een effectinschatting in deze KEV de broeikasgasuitstoot worden teruggebracht naar een niveau van 27 tot 42 megaton CO2-equivalenten in 2030. Dit niveau ligt circa 5 megaton lager dan met het vastgestelde en voorgenomen beleid van de KEV 2022 (kerntabel 2). Voor de industrie is de reductie toe te schrijven aan: het budget uit het Klimaatfonds dat is gereserveerd om maatwerkafspraken met grote uitstoters te kunnen financieren; en om het gebruik van groene waterstof te stimuleren bij de industrie en raffinage.

Het laatste deel van deze passage slaat op wat in de praktijk de ‘raffinageroute’ wordt genoemd en daar wil ik hier nadrukkelijk bij stilstaan. In de kern is de raffinageroute heel eenvoudig: Groene waterstof voor productie van brandstoffen telt ook mee in het systeem dat is opgetuigd om hernieuwbare brandstoffen voor het wegvervoer te stimuleren. Het grote voordeel van de raffinageroute is dat hij direct zorgt voor investeringen in groene waterstof. Iets wat via andere routes, zoals de SDE++, niet lukt. Verschillende partijen staan al een tijdje klaar om de finale investeringsbeslissingen in elektrolysers te nemen. Gegeven de ambities op het vlak van groene waterstof (die door werkelijk alle partijen in Nederland worden onderschreven) zou je zeggen: “Appeltje-eitje. No brainer. Morgen beginnen.” Niet te vergeten: andere landen zoals Frankrijk en Duitsland doen het ook.

Maar zo simpel is het in de praktijk niet. In de Haagsche loopgraven profiteert hier één ministerie van – te weten EZK – terwijl een ander ministerie – te weten I&W – deze regeling zou moeten optuigen. En ik kan er inmiddels een boekwerk over schrijven, want dat loopt niet bepaald gesmeerd. Na drie jaar van overleg en gecontroleerd escaleren bij beide ministeries is het voor de gehele sector cruciale punt – toepassing van deze route na 2030 – nog niet opgelost. Een elektrolyser is een miljardeninvestering, en zekerheid over de afzet begrenzen tot slechts een jaar of vier betekent voor de industrie echt te veel onzekerheid om erin te investeren. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Wel begint inmiddels iedereen zich met dit dossier te bemoeien. NGO’s die heel erg vóór groene waterstof zijn, schrijven ineens brieven waarin ze zich toch uitspreken tegen deze route en verschillende investeerders in elektrolysers die hun neus ophalen voor de rendementen van een raffinaderij, pleiten inmiddels voor een verplichte afname van groene waterstof door raffinaderijen. Nu wil het geval dat zo’n verplichting voor landen inmiddels in EU-regelgeving zit voor kunstmest en methanol. Uit onderzoek blijkt dat bij directe doorgave naar deze industrieën dit leidt tot een dramatisch productieverlies in Nederland. Dat is voor de raffinagesector niet wezenlijk anders.

En waarom schrijf ik dat nou allemaal op? Ten eerste omdat de frustratie dan wat wegebt. Maar ook omdat het een mooi voorbeeld is van hoe ingewikkeld we het onszelf maken in Nederland. Als ik alles afpel, is er eenvoudigweg te weinig steun om een dergelijke regeling op te tuigen waarmee raffinaderijen kunnen zorgen voor een schaalsprong in de uptake van groene waterstof. Want deze regeling zorgt voor investeringszekerheid in elektrolysers voor groene waterstof, die iedereen wil en die ook keihard nodig zijn om 5 megaton extra CO2 reductie te halen. Of zoals een groen Kamerlid op werkbezoek aan de haven in Rotterdam zei: “Ja, meteen doen.”

Niet alles is zwart wit. Niet alles kun je meteen afschaffen en niet alle opties zijn perfect. En toch moet je daar in mijn beleving “ja” tegen zeggen. Omdat een voldoende halen soms gewoon beter is dan zitten blijven en het schooljaar nog eens overdoen.

Meer weten? Neem contact op.

VEMOBIN Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief