Innovatie
Petrochemische cluster
Verkiezingen

De kennis, kunde, innovatiekracht, kapitaal, human capital en infrastructuur van de bedrijven die samen het petrochemische industriecluster in de Maasstad vormen, zijn nodig om de koploperspositie van de haven van Rotterdam op het gebied van energietransitie en logistiek de komende jaren verder uit te bouwen. Dat stelt ‘havenwethouder’ Arjan van Gils in een afscheidsinterview. Hij keert na de verkiezingen niet terug in het gemeentebestuur van Rotterdam.

Na een lange bestuurlijke en politieke carrière vindt Van Gils (66) het mooi geweest. Wat wellicht heeft meegespeeld bij zijn beslissing is dat hij als ‘havenwethouder’ kan terugkijken op enkele tropenjaren. Door onder andere de coronacrisis, de stremming van het Suezkanaal door het vastlopen van de Ever Given en nu weer de oorlog in Oekraïne was er de afgelopen jaren werkelijk ‘never a dull moment’ in de haven van Rotterdam. “Dwars door al die crises heen is de haven optimaal blijven functioneren”, analyseert Van Gils. “Met dank aan ondernemerschap, een ongekend improvisatievermogen en de beroemde ‘niet lullen maar poetsen-mentaliteit’. Het meest trots ben ik misschien wel op de manier waarop op de coronacrisis is geanticipeerd. Dat het imago van betrouwbare haven de afgelopen jaren alleen maar is versterkt, is een gezamenlijke prestatie van formaat.”

Herijking Havenvisie

Tijdens de diverse crises werd het Klimaatakkoord naar de haven vertaald en met een herijking van de Havenvisie 2011-2030 ook een nieuwe basis gelegd voor de energietransitie. “Het creëren van economische en maatschappelijke waarde en het realiseren van duurzame groei” is volgens Van Gils de kern van de toekomstvisie, die het versterken en verduurzamen van het bestaande haven- en industriecluster nadrukkelijk als uitgangspunt heeft. “Je kunt niet zeggen: we beginnen helemaal opnieuw. Dat zou in alle opzichten kapitaalvernietiging zijn. De energietransitie heeft alleen kans van slagen als optimaal gebruik wordt gemaakt van de kennis, kunde, innovatiekracht, kapitaal, human capital en infrastructuur van de petrochemische bedrijven die hier nu al zitten.”

Goede randvoorwaarden

Op korte termijn kan de oorlog in Oekraïne voor vertraging van de energietransitie zorgen, op lange termijn baren onder andere de stikstofwetgeving, het gebrek aan personeel, de bereikbaarheid en onduidelijkheid over de wet- en regelgeving Van Gils zorgen. “In de transitieperiode moeten petrochemische bedrijven als Shell, BP en ExxonMobil wel de kans krijgen om stap voor stap de omslag te maken. Dat betekent schipperen met de ruimte. Enerzijds heb je in deze periode de bestaande raffinaderijen en infrastructuur hard nodig voor de productie en distributie van transitiebrandstoffen, anderzijds is er alleen al voor de waterstofeconomie enorm veel nieuwe ruimte nodig. Dan heb ik het niet alleen over infrastructuur, maar ook over nieuwe productielocaties. Behalve voor de planologische inbedding daarvan, moeten overheden ook voor goede randvoorwaarden zorgen, in de vorm van wet- en regelgeving die de energietransitie niet frustreert maar juist stroomlijnt.”

Grote stappen

Van Gils is tevreden over het commitment van petrochemische bedrijven ten aanzien van de energietransitie. “De defensieve houding die ik een paar jaar geleden nog wel eens bespeurde bij de grote spelers binnen het industriecluster, is echt verdwenen. Een vergelijkbare omslag heeft ook in de haven plaatsgehad. Mede daardoor liggen we goed op koers met onze verduurzamingsstrategie, waarbij de gemeente samen optrekt met het Havenbedrijf Rotterdam. Illustratief daarvoor is het uitrollen van walstroom voor zeeschepen die liggen aangemeerd. Acht tot tien concrete projecten moeten er de komende jaren voor zorgen dat in 2030 een groot deel van de zeeschepen ‘aan de stekker’ gaat als ze aan de kade liggen. Zulke grote stappen kun je echt alleen zetten als je commitment hebt van alle betrokken partijen, inclusief het bedrijfsleven.”

Achter de schermen

De balans opmakend van de afgelopen jaren komt Van Gils tot de conclusie dat hij zich niet heeft geprofileerd als ‘het gezicht van de haven’ maar juist achter de schermen veel werk heeft verzet, verbindend, initiërend en faciliterend. “Wel had ik mijn gezicht graag wat meer in de haven willen laten zien, maar door corona waren de mogelijkheden daartoe beperkt. Een werkbezoek dat wel door kon gaan en dat misschien wel de meeste indruk maakte, was dat aan Huisman Equipment in Schiedam. Vanaf de bovenste verdieping heb je een geweldig uitzicht over de haven. Als je daar staat, realiseer je je pas hoe enorm groot en vooral ook hoe enorm geavanceerd en innovatief het allemaal is. Veel mensen hebben daar geen idee van. ‘Jemig, wat is het groot daar’, zei de voormalige Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan een keer tegen me, nadat zijn Rotterdamse collega Aboutaleb hem er had rondgeleid. ‘Ja, zei ik, 44 kilometer van oost naar west. Dat is van het centrum van Amsterdam naar IJmuiden en dan nog ruim twintig kilometer door.’ Ik ben er trots op dat ik als havenwethouder een paar jaar lang een bijdrage heb mogen leveren aan de verduurzaming en versterking van dat alles.”

Meer weten? Neem contact op.

VEMOBIN Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief