Tijdens het Jaardiner van VEMOBIN op 17 juni werd het glas geheven op het 25-jarig bestaan van de Vereniging Energie voor Mobiliteit en Industrie. De feestelijke stemming stond een stevige discussie echter niet in de weg, want de industrie- en transportbranche zit midden in een omwentelende transitie naar de productie van duurzame energie en klimaatneutraal opereren. Een transitie die alleen succesvol zal zijn onder de juiste randvoorwaarden.

De leden van VEMOBIN staan er in de transitie niet alleen voor, aldus Ingrid Thijssen, voorzitter van VNO-NCW. Ze benadrukte het onderscheid tussen Groen Geboren en Groen Wordende Bedrijven: “Er is behoefte aan een mix van beide typen bedrijven voor de duurzame toekomst van de industrie en mobiliteit. Groen geboren bedrijven brengen innovatie, terwijl van grijs naar groen wordende bedrijven schaalgrootte en diepe zakken hebben om significante veranderingen door te voeren.”

Volgens Thijssen is het essentieel dat er voldoende infrastructuur beschikbaar is voor elektriciteit, waterstof en CCS (Carbon Capture and Storage). Daarnaast zijn er investeringen nodig in nieuwe technologieën en moet er samengewerkt worden met kennisinstellingen en innovatieve bedrijven. Tot slot is intensieve samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven cruciaal om belemmeringen weg te nemen en verduurzamingsplannen te realiseren.

Bij mensen thuis

Demissionair minister Rob Jetten voor Klimaat en Energie nam het stokje van Thijssen over en benoemde glashelder de problemen, uitdagingen en kansen. Hij benadrukte dat klimaatverandering voelbaar is met steeds extremer weer, wat onder andere leidt tot onleefbare omstandigheden in gebieden zoals Griekenland en Spanje. Hierdoor zal de druk op politici en bedrijven om duurzame stappen te zetten alleen maar toenemen, aldus Jetten.

Hij haalde de Nederlandse klimaatprestaties aan, zoals de aanzienlijke stappen die zijn gezet van een slecht presterend land op klimaatgebied naar een koploper in zonne-energie. En de succesvolle wind-op-zee-tenders en investeringen in waterstofnetwerken en CO2-opslag onder de Noordzee. Ondanks veel goede initiatieven moet er nog veel gebeuren. Een opvallende quote: “Het klimaatbeleid begint bij mensen thuis”. Daarmee bedoelde Jetten niet per se dat de burger zelf aan de slag moet, maar dat de voordelen en de verschillen voor Nederlandse huishoudens duidelijk moeten worden. Zo bespaart een gemiddelde huurwoning met een hybride warmtepomp 680 euro per jaar. Daarom vindt Jetten het belangrijk om voor een voorspelbaar klimaat- en economisch beleid te pleiten met een mix van subsidies, beprijzen en normeren.

De raffinagesector in Nederland radicaal veranderen, met kansen voor biobrandstoffen en groene chemie. Jetten: “Raffinaderijen zullen er drastisch anders uitzien. Politieke richting is essentieel, maar de sector zelf moet ook initiatief nemen. Nieuwe industrieën, zoals die in Spanje met goedkope groene elektronen, kunnen ontstaan. Nederland moet beslissen welke sectoren hier toekomst hebben en welke niet. Bedrijven hebben vaak goede ideeën, maar stuiten op wetgeving die innovatie belemmert. Door samen te werken en concrete problemen te bespreken, kunnen we die wetgeving aanpassen.”

Brusselse visie en nationale daadkracht

Jan-Willem van den Beukel, sinds 1 juni de nieuwe directeur van VEMOBIN, deed een gezamenlijke oproep aan leden en overheid. Hij begon zijn speech met een statement: “We beginnen elkaar te begrijpen, en ernaar te handelen”. Hard nodig, want tijdens de verkiezingstijd was in debatten veelvuldig te horen: ‘Het klimaatbeleid moet door de shredder’. Van den Beukel benadrukte dat er een gedeeld besef is ontstaan dat groen industriebeleid de juiste weg is, ondanks de polarisatie rond klimaatbeleid. Dit wordt ondersteund door investeringen in CCS, groene waterstof en maatwerkafspraken, met nu zelfs de benoeming van een minister van Klimaat en Groene Groei.

Hij erkende ook de huidige uitdagingen, zoals de stagnerende vergunningverlening door stikstofproblemen, onvoorspelbaar beleid en netcongestie, die de energietransitie bemoeilijken. Van den Beukel riep op tot een combinatie van Brusselse visie en nationale daadkracht om deze obstakels te overwinnen. “Het Europese beleid is de drijvende kracht achter de energietransitie. Hoewel we het niet met elk detail eens zijn, is het duidelijk dat de Brusselse visie van cruciaal belang is voor onze vooruitgang.”

Op de vraag van dagvoorzitter Rens de Jong of de bal juist bij de overheid of bij de leden van VEMOBIN ligt, was Van Den Beukel duidelijk: “Onze leden zijn druk bezig met het maken en uitvoeren van plannen om een duurzame toekomst te bereiken. Dit is een gezamenlijke inspanning. We staan niet meer aan de vooravond van een transitie, we zitten er middenin. En dat is nu nog een beetje een rommelige fase. Ondanks dat we al veel stappen hebben gezet, zijn er nog veel meer stappen nodig. Dit proces gaat gelukkig steeds sneller, en dat moet ook. Wij fungeren daarbij als liaison tussen onze leden en de overheid, inclusief de Tweede Kamer en ambtenaren in Den Haag. Dit is een kans om effectief samen te werken en onze doelen te bereiken.”

Meer weten? Neem contact op.

VEMOBIN Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief