Begin december stuurde demissionair minister Jetten de Keuzewijzer Klimaat en Energie naar de Kamer. Het rapport van de Formatiewerkgroep Klimaat en Energie is onder leiding van Noé van Hulst opgesteld als leidraad voor keuzes die een toekomstig kabinet moet maken op het gebied van energie en klimaat. In aanloop naar het debat voor de klimaatnota en de Klimaat en energieverkenning (KEV) van PBL, legt VEMOBIN deze stukken naast de keuzewijzer.

Projecten in de benen

Met PBL vindt VEMOBIN het essentieel dat een nieuw kabinet alles in het werk stelt om de verduurzaming van de industrie van papier naar de praktijk te brengen. De Keuzewijzer van Van Hulst geeft wat dat betreft een aantal interessante suggesties om industriële reductieprojecten te ondersteunen:

  • De Renewable energy directive maakt voor de productie van hernieuwbare brandstoffen een versnelde vergunningverlening mogelijk. bij uitstek een kans voor Nederland om voor deze sector te versnellen.
  • Geef voorrang aan netuitbreiding met de grootste maatschappelijke impact, want grote industriële projecten besparen direct grote volumes. De beschikbare netcapaciteit wordt ingezet voor de grootste CO2-reductie.
  • Het rapport beveelt aan om de productie en import van groene waterstof te stimuleren. Als het kabinet hier stappen in wil zetten, moet dat met een passend subsidiebudget gestimuleerd worden.
  • Maak de import van waterstof mogelijk door corridors, terminals en installaties te stimuleren. Specifiek punt: zorg voor een veiligheidskader om ammoniaktransport door buisleidingen mogelijk te maken.
  • Het rapport stelt dat blauwe waterstof de transitie kan versnellen en geeft in overweging om de blauwe waterstofproductie te stimuleren. Het rapport signaleert wel dat de groene waterstofdoelen die opschaling van blauwe waterstof in de weg kunnen zitten.

Er blijft ook wat te wensen: het rapport hamert op het belang van CCS, maar geeft geen adviezen over hoe CCS verder te stimuleren. Opvallend, want de KEV voorspelt dat CCS met 9 Mt CO2 reductie het werkpaard van de reducties in de industrie is.

Innovatief en concurrerend industrieel complex

De Keuzewijzer geeft aan dat het EU-klimaatbeleid de afgelopen jaren tot hogere reducties zal leiden en dat het nieuwe kabinet kan overwegen om geen aanvullende nationale doelen te stellen bovenop de EU-doelen. Noé van Hulst analyseert dat de Nederlandse industrie in internationale markten functioneert. De opstellers stellen dat een balans tussen beprijzen, normeren en subsidiëren in het licht van een internationale positie moet worden gevonden. Opgemerkt wordt dat Nederland als één van de weinige EU Lidstaten al stevig inzet op normering en wel met een eigen nationale CO2-heffing voor de industrie.

Daar zit echt een verschil met de Klimaatnota hoogt deze nationale CO2-heffing verder op, om 4 Mt extra CO2-reductie te bereiken. Terwijl Van Hulst in de Keuzewijzer waarschuwt dat nog verder verhogen van die heffing Nederland onaantrekkelijk kan maken om in te investeren. PBL geeft een soortgelijke waarschuwing in de KEV. Een nieuw kabinet doet er dus goed aan om nog eens goed te kijken naar de hoogte van die eigen nationale CO2-heffing, aldus de Keuzewijzer. Als die nationale CO2-heffing wordt verhoogd, kan dat niet zonder flankerend beleid. Zowel Noé van Hulst als het PBL voorzien dat anders productie uit Nederland weg zal worden gehaald.

Hernieuwbare brandstoffen duwen de CO2-emissies in wegvervoer naar beneden

Het PBL is er in de KEV glashelder over: de emissiereducties voor mobiliteit zien er veel beter uit. Dat komt door de grotere ambities voor inzet van hernieuwbare brandstoffen (onder meer door de EU-regels) en de invoering van betalen naar gebruik. De hernieuwbare brandstoffen geven het bestaande wagenpark bovendien ruimte om verder te verduurzamen. Goed om te weten dat in Nederland 9 miljoen auto’s rondrijden, waarvan 350.000 elektrisch. Verduurzamen van het bestaande wagenpark levert dus met de grote aantallen direct grote emissiereducties op.

Na publicatie van de KEV is ‘betalen naar gebruik’ controversieel verklaard. De Keuzewijzer legt nadrukkelijk voor dat het nieuwe kabinet hier een harde noot over moet kraken. De KEV becijfert het effect op 2 Mt CO2 reductie en als een nieuw kabinet ‘betalen naar gebruik’ schrapt, moet er volgens de Keuzewijzer alternatief beleid voor in de plaats komen. Dat kan door elektrisch rijden verder te stimuleren, door een gewichtscorrectie in de Motorrijtuigenbelasting of een verplichting om zakelijk een elektrisch voertuig te leasen. Nog meer hernieuwbare brandstoffen in het wegverkeer inbrengen, is volgens Van Hulst ook een mogelijkheid.

Luchtvaart en scheepvaart

Nederland heeft met de mainports Rotterdam en Schiphol een groot aandeel in de levering van brandstoffen aan vliegtuigen en schepen. De Keuzewijzer geeft in overweging voor scheepvaart de ontwikkeling van duurzame brandstoffen op te schalen. Voor luchtvaart geldt al een CO2-plafond, een nationale vliegbelasting en een EU-doel voor hernieuwbare brandstoffen. Parallel investeren via financiële stimulering in verduurzaming van de luchtvaart is volgens de Keuzewijzer ook een relevante mogelijkheid. VEMOBIN voegt hieraan toe dat juist vliegen en varen afhankelijk zullen blijven van vloeibare brandstoffen. Die brandstoffen zullen verduurzaamd moeten worden en dat kan uitstekend in de Nederlandse industriële clusters.

Productie van hernieuwbare brandstoffen is een strategische kans voor Nederland. Dit vereist wel langjarig, stabiel beleid. VEMOBIN adviseert dan ook een langetermijnvisie hierop te formuleren vanuit de overheid. In deze visie zou met name de rol voor de productie van hernieuwbare brandstoffen na 2030 aan de orde moeten komen. Een belangrijk deel zijn is de ontwikkeling van de duurzame grondstoffen waarmee dergelijke brandstoffen kunnen worden geproduceerd.

Meer weten? Neem contact op.

VEMOBIN Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief