Deze zomer presenteerde het ministerie van EZK de conceptversie van het Nationaal Plan energiesysteem (NPE). Het plan geeft een beeld van ons energiesysteem in 2050 en brengt in kaart wat er nodig is aan samenhangend en langjarig energiebeleid. Hoe is het NPE tot stand gekomen en op welke vragen geeft het antwoord? We vragen het aan Lennert Goemans, clusterleider Energiesysteem bij het ministerie.

Het idee voor het NPE ontstond in de periode na het Klimaatakkoord, in 2019. Goemans: “We hadden toen vijf sectortafels: elektriciteit, industrie, mobiliteit, landbouw en gebouwde omgeving. Het ging daar vaak over de relaties tussen die verschillende tafels. Zo wilde de industrietafel bijvoorbeeld weten hoeveel elektriciteit er beschikbaar zou zijn en hoe flexibel dit aanbod is. Er was een werkgroep systeem, maar tot afspraken is het toen niet gekomen.”

Dilemma’s

Stef Blok, die in 2021 demissionair minister van EZK was, vroeg zich af hoe het energiesysteem eruit zou zien na 30 jaar Klimaatakkoord. “Gebruiken we dan veel minder olie en aardgas, waar komen de andere energiebronnen vandaan en hoe delven we die? Er zijn toen verschillende dilemma’s uitgekomen die in een brief aan de Kamer zijn gestuurd. Dit was het begin van het NPE waarin we dus antwoord proberen te geven op de systeemvragen die uit het Klimaatakkoord zijn voortgekomen.”

De conceptversie van het NPE die in juli werd gepubliceerd, kreeg veel steun vanuit de sector. Organisaties als de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie en Netbeheer Nederland prezen het initiatief, met name omdat het daadwerkelijk naar de lange termijn kijkt en vooruitblikt op welke energiebronnen er nodig zijn in de toekomst. Het brengt in kaart wat er voor nu en de komende jaren nodig is om op het juiste pad naar een klimaatneutrale toekomst te blijven. De energievraag van alle sectoren, de energie die we in Nederland kunnen opwekken en de energie die we uit het buitenland kunnen halen, worden in kaart gebracht en tegen elkaar afgewogen.

Energieschaarste

“We hebben in verschillende sectoren, zoals in de mobiliteit, beleidsdoelen over hoe alles eruit moet zien in 2030”, aldus Goemans. “Maar in veel gevallen zijn er geen sectorale doelen voor 2050 en is er een beleidsgat. Welke stappen in de tijd we ondertussen moeten zetten om die beleidsdoelen van 2030 en 2050 haalbaar te maken, is niet duidelijk. Het NPE probeert in de gehele keten op strategisch- en systeemniveau en vanuit 2050 inzicht te creëren. Een tweede punt waar het NPE inzicht in probeert te geven, is hoe we met energieschaarste omgaan. Bij sommige energiedragers, zoals koolstof, zal dat denk ik een permanent vraagstuk zijn. Want het is heel moeilijk om die koolstofketen fossielvrij te krijgen.”

Politieke hangijzers

Hoewel het NPE veel duidelijkheid schept over waar we naartoe gaan met ons energiesysteem, blijven politieke hete hangijzers onbeantwoord. Dat is volgens Goemans bewust gedaan: het NPE benoemt de dilemma’s zodat de politiek een afweging kan maken. Bijvoorbeeld over de toekomst van de industrie in Nederland. “De lijn van dit kabinet is: liever groen hier dan grijs elders. Dus beschrijven we de randvoorwaarden waarbinnen de industrie kan verduurzamen zodat de industrie en de sector hierin keuzes kunnen maken. Daar zit in mijn ogen één van de grootste open vragen: wat gaat er gebeuren met de raffinage-industrie op het moment dat we de brandstoffen echt gaan verduurzamen? Blijven we dat dan in Nederland doen? De ligging van Nederland in West-Europa is natuurlijk ideaal met de infrastructuur die wij hier hebben. Tegelijkertijd zijn er experts die met economische getallen in de hand hardop vragen of Nederland wel de beste plek is voor het maken van synthetische brandstoffen.”

Volwaardig partner

VEMOBIN reageerde positief op het concept-NPE, met name omdat het aanzet tot een goede inhoudelijke dialoog tussen overheid en marktpartijen over de koers richting een klimaatneutraal energiesysteem. De vereniging pleit ervoor dat de industrie volwaardig partner wordt bij besluiten over energie-infrastructuur, en niet alleen overheden en netbeheerders.

Volgens Goemans is er echter genoeg ruimte voor de industrie om mee te praten. “De ambitie van het Programma Verduurzaming Industrie is om overheden en de private kant bij elkaar te brengen. Kijk naar de netbeheerders. Die hebben een verplichting om, wanneer zij een investeringsplan maken over elektriciteits- en gasinfrastructuur, met scenario’s en met uitvragen naar de industrie te stappen om erachter komen wat er nodig is aan netcapaciteit. Vervolgens maken ze een conceptplan en leggen dat weer bij al die partijen om hun reflecties te vragen. Dus via het wettelijk kader van inspraak op de investeringsplannen hebben private partijen invloed op de plannen die worden gemaakt. Ook zetten we voor het energiesysteem in op een meerjarige dialoog met alle partijen, waaronder de industrie.”

Meer weten? Neem contact op.

VEMOBIN Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief