Ondanks alle inspanningen om het wegtransport te verduurzamen, zullen er in 2030 nog steeds 7 miljoen benzineauto’s rondrijden. Hoe moeten die van brandstof worden voorzien? Raoul Boucke, Tweede Kamerlid voor D66, wil mensen vooral verleiden om de auto te laten staan. De rol van biobrandstoffen voor personenauto’s is volgens hem beperkt. “Bij schaarste hebben wat mij betreft de luchtvaart, zeescheepvaart en het zware wegtransport prioriteit.”

De auto-industrie verduurzaamt, al rijden er ook in 2030 nog steeds veel auto’s met verbrandingsmotoren rond. D66 heeft als ambitie om in 2030 alle nieuwe auto’s emissievrij te maken. Maar Raoul Boucke is er geen voorstander van om alle auto’s te vervangen; hij wil het totale autoverkeer terugdringen. “Ik vind eigenlijk dat in de gebouwde omgeving de auto in de ban kan. Maar dan moeten mensen wel genoeg alternatieven hebben. Bijvoorbeeld door het OV veel meer te promoten en betaalbaarder te maken. Bij de aanleg van nieuwe wijken moeten we daar meteen al op inzetten. Betalen per gebruik, het rekeningrijden, is ook prikkel om de auto anders te gaan gebruiken.”

Voor de 7 miljoen benzineauto’s die in 2030 nog zijn, zouden alternatieve (bio)brandstoffen ontwikkeld kunnen worden. Al vraagt Boucke zich daarbij wel af of er voldoende biobrandstoffen beschikbaar zijn.

Tekorten

Vanwege de tekorten aan Russisch gas moet het kabinet noodgedwongen de kolencentrales langer openhouden. Maar dat is volgens Boucke geen reden om de duurzaamheidsambities los te laten, in tegendeel. “De oorlog in Oekraïne heeft het beeld dat ik al had versterkt. En dat is dat wij eigenlijk te lang gewacht hebben met verduurzaming. Al in 2014 bij de inlijving van de Krim door Rusland heb ik, en anderen met mij, een pleidooi gehouden voor het energieonafhankelijker worden van Rusland. Die energieonafhankelijkheid en verduurzaming van ons energiesysteem kunnen volgens mij heel goed hand in hand gaan. We halen immers veel kolen, olie en gas uit Rusland en dat is precies wat we niet meer willen gebruiken.” Boucke wil, waar mogelijk, fossiel niet met fossiel vervangen. Daarbij beseft hij wel dat dat niet in elke situatie meteen mogelijk is. “We moeten versnellen op onze duurzaamheidsagenda. Ambitieuze doelen stellen, maar ook acties ondernemen en met elkaar afspreken om de doelen te halen.”

Rol overheid

Bij de huidige klimaatcrisis ziet het Tweede Kamerlid een belangrijke rol weggelegd voor de overheid. “Als overheid moeten wij de weg wijzen. De industrie moet de komende tien jaar radicaal verduurzamen en dat vindt de industrie gelukkig zelf ook. Die heeft aangegeven bepaalde zaken nodig te hebben van de overheid. Denk aan infrastructuur, subsidies om risicovolle technieken van de grond te krijgen en om te versnellen. Daar kunnen we het over hebben. Dat is ook wat we in het coalitieakkoord afgesproken hebben. Ik zou het mooi vinden als wij koploper kunnen worden in emissiereductie, maar ook op het gebied van de circulaire economie.”

Scherpe, ambitieuze doelen

Kijken we specifiek naar de petrochemie, dan behoort Nederland tot de wereldtop, aldus Boucke. Daarom zou hij graag zien dat deze met het klimaatbeleid dat nu gevoerd wordt, die rol behoudt.

“Dat betekent dat ze echt schoon worden, verduurzamen, daar toonaangevend in zijn. Maar ook dat zij leidend worden in de grondstoffenagenda.”

De politiek moet daar volgens het Tweede Kamerlid leiderschap in tonen. “Dat doen wij nu met het nieuwe Coalitieakkoord. Scherpe, ambitieuze doelen. We geven aan hoeveel er gereduceerd moet worden, wat er moet gebeuren en wat de industrie van de politiek kan verwachten op het gebied van infrastructuur.”

Want de vergroeningsagenda is veelomvattend. Het gaat niet alleen om veel wind op zee, maar ook om nadenken over waar nog meer energie vandaan gehaald kan worden, aldus Boucke. “We zijn nooit zelfvoorzienend geweest en gaan dat ook niet worden. Daarom is de internationale agenda belangrijk. Daarvoor is een Klimaatminister zoals Rob Jetten belangrijk, en die zullen we als Kamer kritisch blijven volgen.”

Geen gratis geld

De overheid kan volgens Boucke helpen als het gaat om de aanleg van infrastructuur voor duurzame energieprojecten, bijvoorbeeld voor waterstof. “Ik vind wel dat de industrie zelf met een investeringsvoorstel moet komen. Bijvoorbeeld voor nieuwe productieprocessen. Dat wordt dan onderdeel van de maatwerkafspraak die wij met elkaar maken. Het is geen gratis geld, de industrie moet de afspraken nakomen en zelf ook investeren in die duurzame toekomst. Naast de invoering van de CO2-heffing hebben we ook afgesproken dat het Klimaatfonds opgetuigd wordt met 35 miljard euro. We maken maatwerkafspraken met de industrie op basis van wederkerigheid. Dat doen we bindend, dus wij houden elkaar aan die afspraken.”

Synthetische kerosine

Plannen om te verduurzamen bestaan al heel lang. Toch is er nu een groot verschil ten opzichte van enkele jaren geleden, denkt Boucke. “We hebben nu niet alleen ambitieuze doelen gesteld, maar komen ook met acties en geld. Er is een opgave vastgesteld voor de zes industrieclusters evenals een plan voor de aanleg van infrastructuur. Wij moeten er als overheid voor zorgen dat bepaalde technieken opgeschaald worden en dat er maatwerkafspraken komen. Dat gaat veel verder dan eerdere plannen.”

Nederland kan daarbij bovendien een koplopersrol pakken in Europa, aldus Boucke. “Wie durft te zeggen ‘we moeten een stap verder gaan’, loopt voorop. En als je niet voorop loopt, dan loop je achter. De koplopers trekken vervolgens de middengroep en de achterhoede achter zich aan. Ik wil dat Nederland bij die voorhoede zit, juist met de industrie, om nieuwe technologieën te ontwikkelen. Daarom ben ik ook heel enthousiast over synthetische kerosine. Wij hebben de infrastructuur, wij hebben de markt, met Schiphol. Laten wij degenen zijn die als een van de eersten die overstap maken naar synthetische kerosine, ook qua productie.”

Meer weten? Neem contact op.

VEMOBIN Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief