Bij de inspanningen om de ambitieuze CO₂-reductiedoelstellingen te halen, stuit de Nederlandse industrie op obstakels die niet altijd geheel binnen de eigen invloedsfeer liggen. Een analyse door Berenschot in opdracht van VEMOBIN wijst uit dat deze hordes zijn te nemen. Echter, dit vraagt ‘transitiemanagement van de bovenste orde en daar hebben overheid en bedrijfsleven elkaar hard bij nodig’.

Laatstgenoemde woorden zijn van demissionair minister Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat (EZK), die het onderzoeksrapport op 30 oktober in Den Haag in ontvangst nam van VEMOBIN-directeur Erik Klooster en Berenschot-onderzoeker Julia Koelega. ‘Onderzoek beperkingen en obstakels voor CO₂-emissiereductie industrie en mogelijke oplossingen’, luidt de titel van het rapport, die volgens Koelega de lading goed dekt. “Conform de opdracht hebben we eerst de grootste belemmeringen in de verschillende fasen van projectontwikkeling in beeld gebracht. Die leiden bijvoorbeeld tot vertraging of afwijzing van investeringsbeslissingen, het terugtrekken van eventuele partners of te veel onzekerheid waardoor projecten überhaupt niet van de grond komen. Vervolgens hebben we op een rijtje gezet wat er moet gebeuren om deze belemmeringen weg te nemen of te omzeilen en, op korte termijn, de duurzaamheidsdoelen voor 2030 verder veilig te stellen.”

FOTO: Sicco van Grieken

Voldoende technisch potentieel

Het goede nieuws is volgens Koelega dat er binnen de industrie voldoende technisch potentieel is om het CO₂-reductiedoel te halen. Voor 2030 is dat eerder dit jaar aangescherpt naar een restemissie van 29,6 Mt CO₂, wat betekent dat de uitstoot ten opzichte van 2020 met bijna 24 Mt moet worden gereduceerd. “Dat is haalbaar, maar dan moeten alle beoogde verduurzamingsprojecten voor 2030 voortvarend en succesvol worden uitgevoerd”, verzekert Koelega, die daarbij doelt op projecten op het gebied van onder andere Carbon Capture & Storage (CCS/CCU), elektrificatie en verbeterde energie- en procesefficiëntie, gedecarboniseerde waterstof (LCH2) en de inzet van groene/circulaire grondstof en groene waterstof. “Onze analyse van alle belemmeringen heeft een categorisering van zeven hordes opgeleverd die voortdurend zorgen voor vertraging van deze projecten. Of die er zelfs toe leiden dat ze structureel dreigen vast te lopen.”

 

Zeven hordes

De zeven hordes die Berenschot signaleert zijn (1) geen of beperkte stikstofruimte, (2) grote onvoorspelbaarheid voor alle routes, (3) vastlopen op de vergunning (vooral CCS/CCU en LCH2), (4) maakbaarheid in alle ontwikkelfasen, (5) een onzekere businesscase door de vele variabelen, (6) botsende kaders bij elektrificatie en energie-efficiëntie en (7) biobased en circulair staan nog in de kinderschoenen. “Veranderlijk en nieuw beleid zorgt voor onzekerheid tijdens projectontwikkeling”, licht Koelega ‘horde 2’ toe. “Slecht op elkaar aansluitende tijdslijnen vormen bovendien een belemmering bij grote verduurzamingsprojecten. Prioritering van netcapaciteit is vooral een probleem bij grootschalige elektrificatieprojecten. En ontbrekende normen voor veilig hergebruik van afvalstoffen hinderen de ontwikkeling en toepassing van nieuwe grondstoffen.”

 

Vier oplossingsrichtingen

Koelega benadrukt dat het belangrijk is dat de zeven hordes niet op zichzelf worden gezien. “Juist de verwevenheid van hordes op het gebied van tijd en invloedssfeer zorgen voor een complexe realiteit. Wanneer één horde wordt opgelost, betekent dat nog geen vliegende start voor een project.”

In het verlengde hiervan is Berenschot gekomen tot vier overkoepelende oplossingsrichtingen voor de zeven hordes: (1) hanteer een pragmatische insteek in oplossingen en samenwerking, (2) zorg voor betere voorspelbaarheid en sorteer in beleid en wetgeving eerder voor op de toekomst, (3) stem tijdslijnen beter op elkaar af om inefficiëntie en vertraging in het proces te voorkomen en (4) benut kennis en expertise op de juiste plek en zet in op ontwikkeling van wat nodig is in de toekomst. Volgens Koelega geldt voor bijna alle hordes dat ze alleen met een combinatie van oplossingsrichtingen zijn te nemen. “Neem horde 6, de botsende kaders bij elektrificatie en energie-efficiëntie. Eén oplossingsrichting is er niet, wij zijn uitgekomen op een combinatie van de oplossingsrichtingen 1, 3 en 4, die pragmatisme en samenwerking vereisen van overheid, vergunningverleners en bedrijfsleven.”

 

Meer prioriteiten

Rekening houdend met de uitvoerbaarheid, moeten bij activiteiten in het kader van de energietransitie bijvoorbeeld meer prioriteiten worden gesteld. Koelega: “Daarnaast moeten bij elektrificatieprojecten die bovendien flexibiliteit in het net bieden andere nettarieven worden toegepast, ter inpassing van een aanbod-gedreven elektriciteitssysteem. Hierover zijn goede afspraken nodig om doelmatig te zijn, omdat een prijsprikkel vanuit een nationaal systeem op lokaal niveau een ongewenste stimulans kan geven.”

Om voor te sorteren op de toekomst zijn volgens de onderzoeker verder investeringen in de ontwikkeling van de arbeidsmarkt nodig. “En inclusief op dit moment nog onzekere projecten, moet de sector de toekomstige elektrificatiebehoefte inventariseren, zodat ook de overheid weet waar ze aan toe is. En ten slotte is ook prioritering van netverzwaring nodig wanneer er grote maatschappelijke belangen zijn om een project eerder doorgang te laten vinden, zoals bijvoorbeeld het realiseren van CO₂-doelen.”

 

Maatwerkafspraken

Nadat ze het rapport op 30 oktober in ontvangst had genomen, noemde minister Adriaansens het een goede zaak dat nu in kaart is gebracht waar de hordes zitten en hoe ze kunnen worden genomen. “De raffinaderijen zijn in mijn ogen krachtig genoeg om aan de basis van de industrie de energietransitie vorm te geven. Op haar beurt moet de overheid de mildheid hebben om bedrijven tijd te gunnen om de concrete projecten in te vullen. Dat doen we onder meer met de maatwerkafspraken, waarmee het kabinet de onzekerheden, obstakels en vertragende factoren rond verduurzaming zoveel mogelijk wil wegnemen.”

Meer weten? Neem contact op.

VEMOBIN Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief