Ik heb op deze plek al eens eerder geschreven over hoe het verder moet na de verkiezingen. Niet eerder vond ik dat zo lastig te voorspellen als nu.

‘Of wij als industrie niet ontzettend blij met de uitslag waren’, vroeg een journalist mij op de donderdag na de verkiezingen. Nou had ik er zelf wat onrustig van geslapen, dus ik moest even schakelen. Maar na enig nadenken begreep ik wat beter waar de journalist op doelde. Ik heb aangegeven dat wij het ingezette klimaatbeleid altijd hebben gesteund en dat wij de doelen van het Parijse Klimaatakkoord onderschrijven. Het lijkt mij uitgesloten dat het Nederlandse klimaatbeleid met één pennenstreek bij het grofvuil wordt gezet. Gelukkig maar, voeg ik eraan toe. Hopelijk besteedt het komende kabinet wel wat meer aandacht aan de zaken die wij in de afgelopen periode naar voren hebben gebracht, zoals de aandacht voor de uitvoering van het klimaatbeleid (en dus ook aandacht voor bedrijven die tegen knelpunten aanlopen) en onze zorgen over de aantrekkelijkheid van Nederland voor de industrie als locatie om te blijven investeren.

Ik vond het overigens een verschrikkelijke campagne, zeg ik als toch wel politieke junkie. Zo, dat is eruit. Ik hoop toch altijd op wat meer inhoudelijke diepgang. Zeker bij partijen die zich daar op laten voorstaan, want de inhoudelijke liefhebber kwam er wat bekaaid vanaf. Op energiegebied bleef de discussie steken in de groef ‘voor of tegen kernenergie’. De argumenten die naar voren werden gebracht, doen weinig recht aan het onderwerp. Ik heb er echt met kromme tenen naar zitten kijken. Er zijn voldoende redenen om voor of tegen kernenergie te zijn, maar voer die discussie nou eens op een fatsoenlijke wijze. Goed; ik vermoed ijdele hoop, maar het zegt in mijn ogen wel veel over hoe we met dit soort onderwerpen omgaan. Want vul voor kernenergie maar een willekeurig ander ingewikkeld of controversieel energieonderwerp in als biomassa, CCS of wat dan ook – de discussie zal vergelijkbaar verlopen.

Dat we in Nederland steeds verder van elkaar verwijderd raken en dat verschillende groepen meer en meer tegenover elkaar komen te staan, dat lijkt mij wel duidelijk. Klimaatbeleid is helaas een sprekend voorbeeld van hoe we er niet in slagen om de balans te vinden tussen aan de ene kant doen wat verstandig is in Nederland en aan de andere kant dat vervolgens uitleggen aan een brede groep. En met die brede groep bedoel ik niet alleen mensen die al overtuigd zijn en zich terecht zorgen maken over de gevolgen van klimaatverandering.

De discussie over waar we naartoe gaan in Nederland is er één voor de happy few. In de media krijgen te veel extreme meningen een podium en dat leidt vervolgens tot een uitholling van het draagvlak. Nee, niet álle biomassa is slecht – om maar eens een dwarsstraat te noemen. Wie wel eens avondje naar een talkshow kijkt, zou mogelijk een heel ander beeld kunnen hebben.

Ik kijk met tevredenheid terug op het verkiezingsdebat dat wij samen met VEMW en NVDE hebben georganiseerd en waarbij wij de partijen van links tot rechts ruim het podium hebben gegeven voor hun standpunten. Een volle zaal met veel vragen en goed geïnformeerde Kamerleden. En, natuurlijk was het een verkiezingsdebat waarbij de verschillen werden uitgelicht, maar wie goed keek, zag ook dat er op klimaatgebied breed draagvlak is om verder te gaan op de ingeslagen weg. Van NSC tot GroenLinks-PvdA.

En misschien is dát wel de route: het Energieakkoord kwam in 2013 tot stand vanuit het maatschappelijk middenveld. Het Klimaatakkoord uit 2019 zag het levenslicht omdat de politiek er in eerste instantie onvoldoende over had nagedacht en vervolgens de polder de kastanjes uit het vuur liet halen. Ongetwijfeld zal een coalitie die wat meer naar de rechterkant van het spectrum helt, niet zitten te wachten op een volgend akkoord. Dus een nieuw akkoord is niet het eerste waar ik aan zit te denken. Maar brede steun voor de ingezette route is nu meer nodig dan ooit. En van een rechts kabinet mag je ten minste verwachten dat het de uitvoering van projecten door bedrijven zal faciliteren. Wij gaan in ieder geval verder op de ingeslagen route en we zoeken onderweg om ons heen zoveel mogelijk steun. De industrie zal zich daarbij meer dan ooit moeten inspannen om ook zijn kant van het verhaal aan het grote publiek uit te leggen. Want de komende periode zal er veel worden gekeken naar wat Jan Publiek vindt. En daar valt voor de industrie nog een wereld te winnen.

Nog twee gedachtes op een wat vrolijker noot, voor iedereen die net als ik even moest slikken bij de verkiezingsuitslag. De eerste: toen ik de jongste Klimaat en Energieverkenning (KEV) doornam, besefte ik dat er steeds meer Europees klimaatbeleid wordt gevoerd. Emissiehandelssysteem ETS is bij iedereen wel bekend. Maar er komt nog veel meer aan zoals de Renewable Energy Directive III, de emissienormen voor nieuwverkoop van personenauto’s of het ETS II. En dit is slechts een greep uit de voorstellen. Allemaal ingrijpend – en vaak effectief – klimaatbeleid, waar ook een centrumrechts kabinet niet onderuit kan en hopelijk ook niet wil.

Maar de tweede gedachte is misschien nog wel belangrijker: mijn inschatting is dat ook een centrumrechts kabinet – als dat er daadwerkelijk komt – de klimaatdoelen zal onderschrijven. Simpelweg omdat het niet anders kan als ze zelf verantwoordelijkheid nemen, of tenminste omdat de VVD het kabinet anders niet steunt. Ongetwijfeld zal een dergelijk kabinet andere accenten zetten. Maar dat ook centrumrechts klimaatbeleid zal voeren, geeft aan dat het klimaatbeleid op een brede politieke basis leunt. Het is een goede zaak dat de publieke opinie dat ziet. En er zijn in zowel Nederland als Europa inmiddels voldoende waarborgen dat die ondersteuning meer is dan een lege huls.

Meer weten? Neem contact op.

VEMOBIN Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief