De windmolens van Windpark Deil zijn niet te missen als je over de A15 verzorgingsplaats Molenkamp nadert. Ze staan met zijn elven op een rij langs de snelweg, deels voor en deels na knooppunt Deil. Ze wekken samen elektriciteit op voor zo’n 45.000 huishoudens. Al die molens bij elkaar… het lijkt wel een molenkamp! Daarmee lijkt de naam van de verzorgingsplaats eenvoudig verklaard. Maar zo simpel is het niet, want de naam is een stuk ouder dan dit windpark.

Op de plek van de verzorgingsplaats werd eind jaren zestig een parkeerterrein aangelegd. Je kon daar wel parkeren, maar niet tanken. Het tankstation lag een kilometer verderop langs de snelweg. Bij de aanleg van het klaverblad van knooppunt Deil in de jaren tachtig werd het tankstation verplaatst en samengevoegd met het parkeerterrein. Toen Windpark Deil in 2020 werd aangelegd, was de naam Molenkamp al lang in gebruik op deze plek.

Als Molenkamp niet naar het windpark genoemd is, naar welke molen verwijst de naam dan? We gaan even een stukje terug. Toen we vanuit Gorinchem naar het oosten reden, hebben we ons te veel laten afleiden door die grote windmolens in de verte. Twee kilometer vóór Molenkamp staat rechts van de snelweg een oude windmolen. Het is een zogenaamde wipmolen, een oud type poldermolen die bestaat uit een draaibaar bovenhuis bovenop een piramidevormige ondertoren. Als je goed kijkt dan kun je zien dat er een kilometer van de snelweg af nog zo’n wipmolen staat. Dit zijn de Achterste Hellouwse Molen en de Voorste Hellouwse Molen; ze worden ook wel de Laaglandse en de Hooglandse molen genoemd. En ze draaien hier al een tijdje mee.

Aan het begin van de zestiende eeuw stonden er al twee molens op deze plek. Samen bemaalden ze eeuwenlang de polder van Hellouw; de ene het lage deel en de andere het hoge deel. De molens zijn in al die eeuwen een paar keer vervangen. In 1572 werden beide molens tijdens een winterse overstroming verwoest door kruiend ijs. En in de negentiende eeuw zijn de molens allebei een keer door brand verwoest – de Voorste in 1803 en de Achterste in 1863. De twee molens die je nu vanaf de snelweg kunt zien, zijn dus de derde molens op deze plek. Ze hebben tot 1947 dienst gedaan voor het bemalen van de polder. Sindsdien zijn ze een paar keer gerestaureerd. In de Achterste molen zit sinds de laatste restauratie – een jaar of tien geleden – een bezoekerscentrum.

De naam van verzorgingsplaats Molenkamp moet een verwijzing zijn naar deze twee molens die hier eeuwenlang het landschap hebben bepaald. Op een kaart met oude perceelnamen zag ik dat het stuk nabij de Voorste molen ooit de naam Molenkampen droeg. Andere percelen in deze polder droegen intrigerende namen zoals de Elf Hont, de Messemaker, Varrenheuvel, de Krijtert en de Stekelbaars. Ze bieden daarmee genoeg inspiratie voor nog minstens tien verzorgingsplaatsen. Maar ik begrijp wel dat ze met die twee eeuwenoude molens in de buurt voor Molenkamp gekozen hebben. Met het nabijgelegen windmolenpark is die naam nog eens extra toepasselijk geworden. Eigenlijk is het jammer dat ze dat windpark niet ook Molenkamp hebben genoemd.

 

Tekst en fotografie: René Dings

https://www.dinx.nl

https://twitter.com/rndngs

Meer weten? Neem contact op.

VEMOBIN Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief