28
mei
‘Maak ruimte voor echte CO2-reductie’
Op 3 juni debatteert de Tweede Kamer over het pakket voor groene groei, dat minister Sophie Hermans (Klimaat en Groene Groei) in april lanceerde. Met een position paper geeft VEMOBIN de Tweede Kamerleden voor het debat een belangrijke boodschap mee: maak werk van een écht gelijk speelveld en geef de industrie ruimte voor verduurzaming. “Zo krijg je meer binnenlandse CO₂-reductie en minder uitstootverschuiving naar het buitenland”, zegt Hoofd Klimaat, Milieu en Public Affairs Maarten van Gaans-Gijbels namens VEMOBIN.
De Nederlandse industrie zit between a rock and a hard place: de nationale CO₂-heffing leidt niet tot extra investeringen, maar wel tot economische krimp en productieverlies. “Dit komt doordat de heffing de lasten van scope 1-2 emissies verhoogt, terwijl bedrijven onvoldoende zicht hebben op een toekomstig investeringsrendement”, legt Van Gaans uit. “Daardoor blijven Final Investment Decisions (FID’s) voor reductieprojecten uit. De lasten zijn wel echt, in de vorm van ETS plus de nationale heffing, maar de reductie komt niet. Dit is financieel onhoudbaar en maatschappelijk ongewenst.”
Klem
In het aanvullend pakket voor groene groei, dat minister Hermans op 25 april naar de Kamer zond, onderkent het kabinet deels dat de industrie klem zit. En het komt de raffinagesector dan ook tegemoet met een aantal goede maatregelen. Zo neemt de overheid een actieve regierol in het realiseren van CCS-infrastructuur, wordt de reductiefactor in de raffinageroute aangepast, wat de businesscases voor investeringen in waterstof enigszins verbetert. Ook de verhoging van het aandeel hernieuwbare brandstoffen in het wegverkeer – met 50 Petajoule in 2030 – levert een bijdrage aan de nationale klimaatdoelen. Stuk voor stuk goede maatregelen.
Koolstofweglek
Maar om de raffinagesector volledig in zijn kracht te zetten en om substantieel CO₂-reductie te bewerkstelligen, is veel meer nodig. Om te beginnen moet de nationale CO₂-heffing van tafel, betoogt Van Gaans: “Het afschaffen of verlagen van de heffing maakt Final Investment Decisions op CCS en elektrificatieprojecten waarschijnlijker. Daarmee komt het Nederlandse industriële klimaatdoel dichterbij, met échte scope 1 -2 reductie in plaats van koolstofweglek naar het buitenland.”
‘Het is tijd voor échte scope 1 & 2-reductie in plaats van koolstofweglek’
Afhankelijkheid
Een tweede belemmering voor de raffinagesector is de Indirecte Kosten Compensatie IKC. Raffinaderijen zijn de facto uitgesloten van deze compensatieregeling, terwijl in alle ons omringende landen raffinaderijen wél onder de IKC vallen. Dat zet de Nederlandse raffinagesector op achterstand van hun buitenlandse concurrenten, terwijl de Europese Commissie de compensatie aan raffinaderijen gewoon toestaat. Van Gaans: “Dat leidt tot versnelde afhankelijkheid van het buitenland voor strategische producten zoals diesel en kerosine – essentieel voor Defensie, civiele infrastructuur en mobiliteit.”
Energiekosten
Een derde punt van aandacht betreft de volumecorrectieregeling VCR, die het buitenland wél kent en die Nederland eenzijdig heeft afgeschaft. Hier moet volgens Van Gaans echt een vervangend instrument voor komen. “Zonder correctie blijven onze energiekosten fundamenteel hoger: Nederlandse afnemers zijn in 2030 4 keer zo veel kwijt aan energie dan in België, 6 keer meer dan in Duitsland en maar liefst 15 keer zo veel als in Frankrijk.”
Innoveren
VEMOBIN roept de Tweede Kamerleden op om zich op 3 juni sterk te maken voor herstel van het gelijke speelveld: “In een gezonde transitie vindt competitie plaats op basis van innovatie en emissie -intensiteit, niet op basis van wie de goedkoopste locatie heeft vanwege fiscale asymmetrie. Is dat speelveld hersteld, dan kan de Nederlandse raffinagesector weer doen waar zij goed in is: innoveren en investeren.”
Het volledige position paper downloadt u hier.
Deel dit bericht