29
september
‘Nationale CO2-heffing funest voor industrie’
Het demissionaire Kabinet heeft op Prinsjesdag bekendgemaakt de Nationale CO2-heffing op nul te zetten. Hiermee geeft het gehoor aan een motie van de Tweede Kamer die het kabinet deze zomer opriep om de nationale heffing zo snel mogelijk af te schaffen. Hoewel ‘op nul zetten’ iets anders is dan ‘volledig afschaffen’, bevestigt nieuw onderzoek van onderzoeksbureau Quo Mare wat het bedrijfsleven al lang aan den lijve ondervindt: de nationale CO2-heffing stimuleert geheel averechts juist snelle, grootschalige industriële weglek in plaats van daadwerkelijke verduurzaming in Nederland.
Bureau Quo Mare is voorjaar 2025 gevraagd een analyse te maken van het effect van de Nationale CO2-heffing, zoals die er toen nog was. Het onderzoek concludeert dat een hoge nationale heffing de industrie min of meer dwingt productie te verplaatsen naar andere landen. De heffing stimuleert snelle, grootschalige industriële weglek in plaats van daadwerkelijke verduurzaming door nieuwe investeringen in Nederland. Kortom, de verwachte opbrengsten van de heffing voor de overheid blijven uit, terwijl maatschappelijke baten, milieuwinst en strategische autonomie niet worden bereikt, zo stellen de onderzoekers van Quo Mare.
Geen handelingsperspectief
Het onderzoek van Quo Mare met massale weglek-effecten laat zien hoe belangrijk één gelijk speelveld in Europa is om carbon leakage te voorkomen. Ook het PBL waarschuwde al in 2021 dat bedrijven naast verduurzamen, ook zouden kunnen besluiten om hun investeringen en of productie te verschuiven naar landen zónder extra heffing. PBL zei daarbij ook dat aan belangrijke randvoorwaarden voldaan moet worden om hier te kunnen verduurzamen. Waterstof en groene stroom moeten beschikbaar en betaalbaar zijn voor de industrie om over te schakelen van fossiele naar duurzame energie en zo de nationale CO2-heffing te vermijden. Deze infrastructuur ontbreekt echter nog en de kosten zijn veel te hoog om na de overstap concurrerend te kunnen zijn met de ons omringende landen. Netcongestie neemt zelfs toe en het is hoogst onzeker wanneer nieuwe infrastructuur klaar is. Bedrijven hebben hierdoor geen handelingsperspectief.
Nationaal investeren, Europees reguleren
“Het is verstandig dat het kabinet de nationale CO2-heffing in de ijskast heeft gezet en dit onderzoek van Quo Mare bevestigt dat dat een eind in de goede richting is”, stelt directeur Jan-Willem van den Beukel namens VEMOBIN. “Nóg verstandiger is het om de heffing nu ook echt volledig af te schaffen om te voorkomen dat een volgend kabinet met een draai aan de knop de tarieven alsnog verhoogt tot boven het Europese ETS niveau. Een nationale heffing is ineffectief om bedrijven verder te laten verduurzamen: nationale investeringen in goede randvoorwaarden als infrastructuur voor elektrificatie, groene waterstof en CCS zijn dat wél.” Bovendien blijft de Europese CO2-heffing EU-ETS als stok achter de deur van kracht en die heeft sowieso een disciplinerende werking op Europees niveau, zegt de VEMOBIN voorman. “Het gaat dus om nationaal investeren en Europees reguleren om een gelijk speelveld te krijgen ten opzichte van het buitenland.”
IKC voor raffinaderijen
Naast de juiste randvoorwaarden op infrastructuurgebied, pleit VEMOBIN voor een alternatieve oplossing voor de geschrapte Volume Compensatie Regeling (VCR) en uitbreiding van de Indirecte Kosten Compensatieregeling (IKC) zodat Nederlandse raffinaderijen daar net als hun Europese concurrenten óók gebruik van kunnen maken. Tot slot pleit Van den Beukel voor het nemen van maatregelen om de nettarieven te verlagen. “Zo’n compleet pakket met maatregelen is nodig om het gelijke speelveld voor de industrie te herstellen en verduurzaming mogelijk en betaalbaar te maken.”
Het onderzoek van Quo Mare vindt u hier.
Deel dit bericht