17

november

PBL over KEV 2025 en emissiereductie na 2030

De jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning (KEV) die dit jaar voor het eerst op Prinsjesdag verscheen, gaf geen reden tot een feeststemming: met een kans van minder dan 5 procent is het heel erg onwaarschijnlijk dat Nederland het wettelijke klimaatdoel van 55 procent emissiereductie in 2030 haalt. Projectleider Martijn van Sebille en senior onderzoeker Robert Koelemeijer van Planbureau voor de Leefomgeving PBL zien daarnaast weinig concrete plannen om emissiereductie ná 2030 te realiseren. Maar mogelijkheden zien de twee rekenmeesters wél. Welke? We bespreken ze aan de hand van de jongste KEV.

De publicatie van de KEV is eigenlijk nooit een goed-nieuws-show, maar dit jaar zijn jullie nóg somberder dan anders. Hoe komt dat?

Van Sebille: “De kans dat we het klimaatdoel van 2030 gaan halen is net als in de KEV van 2024 minder dan 5 procent, dus dat is om te beginnen al slecht nieuws. Het gat om het doel wel te halen (13 tot 22 megaton) is iets kleiner dan vorig jaar, maar de resterende tijd tot 2030 is inmiddels zo kort dat de mogelijkheden om dat gat te dichten steeds beperkter worden. Als we nu nog initiatieven ontplooien met het oog op 2030, zijn we in veel gevallen gewoon te laat.” Koelemeijer: “Plek voor wat nuance is er echter ook: Met het huidige uitgewerkte beleid per 1 januari 2025 koersen we af op 45 tot 53 procent minder uitstoot van broeikasgassen in 2030 dan in 1990. Dan lig je op koers voor het ‘oorspronkelijke’ klimaatdoel van 49% reductie in 2030. Maar enkele jaren na het Klimaatakkoord is het doel aangescherpt, aansluitend bij het Europese doel uit het Fit for 55 pakket. Deze aanscherpingen zijn gepaard gegaan met onvoldoende robuuste maatregelen om deze verhoogde ambitie in 2030 te halen. Dat is het eerlijke verhaal.”

Wat zorgt ervoor dat de industrie momenteel niet verder verduurzaamt en hooguit CO2 bespaart door krimp?

Koelemeijer: “Dat vind ik te kort door de bocht, want het is niet zo dat er niets gebeurt in de industrie, of niet nog in het vat zit. Kijk bijvoorbeeld naar CO2-afvangprojecten zoals die van Porthos, N2O-maatregelen in de chemie en industriële elektrificatie. Maar feit is dat de doelen zijn aangescherpt, ook voor de industrie, en dat de vooruitzichten voor de industrie gewoon niet best zijn vanwege hogere energiekosten, handelstarieven vanuit de VS en Aziatische overcapaciteit waardoor producten nu deze kant op komen. Dat komt nog bovenop andere oorzaken die ik uit de industrie hoor: ontbrekende elektriciteitsinfrastructuur, haperende vergunningverlening en stagnatie bij de Delta Rhine Corridor. Ook zie je dat de kosten van elektrolysers minder snel dalen dan verwacht. Dat alles maakt dat het lastig is om in de industrie rendabele business cases voor je investeringen te krijgen. Niet alleen in de chemie, ook in de raffinage zien we een terugtrekkende beweging. Krimp en weglek zijn trouwens geen nieuw fenomeen van de laatste maanden, want tussen 2021 en 2024 stootte de industrie 6 megaton minder CO2 uit, waarvan hooguit 1,5 megaton minder door emissiereductieprojecten. De rest was krimp en weglek.”

Martijn van Sebille en Robert Koelemeijer (PBL): 'Het is niet zo dat er niets gebeurt in de industrie'

Tijdens de technische briefing over de KEV in de Tweede Kamer vroeg Tweede Kamerlid Joris Thijssen (GL-PvdA) naar de oorzaken van het mislukken van de CO2 maatwerkafspraken. Uw antwoord was dat de optelsom van prijsprikkels (nationale CO2 heffing, ETS, hoge energieprijzen) het lastig maakt voor bedrijven om de som rond te rekenen. Nu begonnen de maatwerkafspraken ooit met CO2-reductie, maar in de praktijk komen daar afspraken op het gebied van bodem, water, lucht en circulariteit bij – is dát niet eerder de optelsom die de zaak te complex maakt om een maatwerkafspraak te maken?

Koelemeijer: “Wanneer je er steeds meer bij haalt naast CO2, wordt afspraken maken inderdaad wel lastiger. Tegelijkertijd is het ook goed om ook naar andere factoren te kijken, zoals afspraken over bodem-, water- en luchtkwaliteit. Wel is het jammer als daar afspraken op afketsen.”

Heeft u voorbeelden?

Koelemeijer: “Ja, de overgang van aardgas op waterstof komt niet op grote schaal op gang wanneer je vasthoudt aan eisen met betrekking tot rookgasconcentraties, terwijl de totale stikstofuitstoot dankzij overschakeling op waterstof lager wordt. Dat totaalplaatje moet je wel voor ogen houden. Tegelijkertijd zijn er bedrijven die hun totale license to operate overzien en daarom ook afspraken maken met betrekking tot bijvoorbeeld gezondheid in de omgeving van hun bedrijf. Kijk maar naar Tata, dat is daarvan een voorbeeld. Maar let op: ook als er geen maatwerkafspraken worden gesloten, wil dat niet altijd zeggen dat bedrijven niet vergroenen. Ze kunnen dat ook zonder maatwerk doen.”

‘Vraagcreatie is nog de missende bouwsteen in het EU-beleid’

Op het punt van windenergie gaf PBL-directeur Hekkert tijdens de technische briefing in de Tweede Kamer aan dat gebrek aan vraagcreatie de business case voor meer wind op zee lastig maakt. De industrie lanceerde eind september een breed pleidooi voor vraagcreatie (#demand creation). Kunt u daar eens op reflecteren?

Koelemeijer: “Ik heb het al een paar jaar over vraagcreatie en het is goed dat daar nou eens de kijker op komt. Want je kunt wel groen staal maken, maar groen staal heeft nog geen hogere marktwaarde dan grijs staal. Kun je met behulp van mandaten de meerprijs doorrekenen, dan krijg je een businesscase. En dat het via mandaten kan, bewijst de brandstoffensector al jaren met de verplichting om biocomponent bij te mengen. Vraagcreatie is nog de missende bouwsteen in het EU-beleid.”

U schrijft dat stevig structureel beleid voor de periode na 2030 nodig is om in 2050 in de buurt van een klimaatneutrale samenleving te komen. De KEV bevat geen beleidsaanbevelingen, maar als u die zou mogen doen: welke beleidsaanbevelingen zou u een nieuw kabinet concreet mee willen geven?

Van Sebille: “Zet meer in op energiebesparing. Wat je niet gebruikt hoef je niet op te wekken en je stoot minder CO2 uit. Naast grootschalig inzetten op elektrificatie is ook vermindering van het energiegebruik nodig. Kijk naar elektrische auto’s: elektrificatie van vervoer is weliswaar energie-efficiënter, maar tegelijkertijd worden elektrische auto’s groter en zwaarder. Dat helpt natuurlijk niet.” Koelemeijer: “Ik zou een nieuw kabinet aanraden om werk te maken van vraagcreatie zodat je meer duurzame businesscases aanjaagt. Ook zou je negatieve emissies onder ETS (zoals BECCS) moeten belonen. En tot slot zou een nieuw kabinet in Europa werk kunnen maken van de harmonisering van energieprijzen op Europees niveau. Voorop lopen in één Europese markt vergt een zorgvuldige aanpak om ongewenste weglek te voorkomen.”

(fotocredits portretfoto: Angela Mahabir) 

Deel dit bericht