06
januari
‘Zero emissie mobiliteit = elektronen én moleculen’
Sinds 1 januari 2025 kent een tiental grote steden een zero emissiezone (ZE), die het aantal voertuigbewegingen van transportverkeer met een verbrandingsmotor in de binnenstad stapsgewijs beperkt en uiteindelijk verbiedt. Om gemeenten die óók werk willen maken van zero emissie mobiliteit een handje te helpen, heeft VEMOBIN een aantal bruikbare adviezen opgesteld. U kunt ze hier downloaden.
Begin op tijd
Kijk niet alleen naar elektronen, maar ook naar moleculen zoals hernieuwbare brandstoffen; kies voor een multifuel aanpak op energiestations om versnipperd beleid te voorkómen; en houd niet alleen de belangen van energiestations, maar ook van bestaande laadpaalexploitanten in de gaten – een kleine greep uit het advies “Transitiebeleid energiestations” dat VEMOBIN heeft opgesteld. Het advies is bedoeld voor gemeenten die werk willen maken van een zero emissie zone en/of een milieuzone in hun binnenstad. “Zero emissie zones zijn van invloed op bestaande aanbieders van brandstoffen, maar ook op die van laadinfra, en dus moet je op tijd beginnen met de voorbereidingen als je goed beleid wilt ontwikkelen”, legt Hoofd Retail Hélène Hol namens VEMOBIN uit. “Begin daarom met het eindplaatje voor ogen: welke rol vervullen energiestations straks in jouw gemeente; zijn het alleen stop-en-go locaties om te tanken en te laden of kun je er bijvoorbeeld ook deelmobiliteit realiseren? En wat moet er gebeuren om daar te komen?”
Moleculen náást elektronen
VEMOBIN stelt dat elektrificatie van het wegverkeer doorgevoerd moet worden voor alle modaliteiten die dat aankunnen, dus zowel personen- als goederenverkeer. Tegelijkertijd gelooft VEMOBIN niet alleen in elektronen, maar ook in duurzame en schone moleculen (hernieuwbare brandstoffen met minimale of geen klimaatimpact, zoals waterstof, HVO100, bio-ethanol, bio-CNG, bio-LNG of synthetische brandstoffen). Het is raadzaam om energiestations de transitie naar álle schone en duurzame energie te laten faciliteren door verkoop van vloeibare hernieuwbare brandstoffen naast laadinfra toe te staan. “Dit voorkómt versnipperd beleid per hernieuwbare brandstof, garandeert dat er naast elektriciteit ook andere hernieuwbare brandstoffen beschikbaar zijn en het legt minder druk op de schaarse ruimte in de stad”, stelt VEMOBINs Hoofd Energie, Veiligheid en Communicatie Jan Bessembinders. VEMOBIN kijkt dus nadrukkelijk naar duurzame moleculen náást elektronen. “Als je lokale beleid eenmaal is vastgesteld, kan periodieke evaluatie van vraag en aanbod binnen de gemeente antwoord geven op de vraag of het lokale beleid nog voldoet.”
Het volledige advies kunt u hier downloaden.
Deel dit bericht