10

december

‘Zorg voor krachtige zeehavens en een krachtige industrie’

Als half-Nederlands, half-Vlaamse zeehaven heeft North Sea Port een unieke positie. Cas König maakte afgelopen juni de overstap als CEO van Groningen Seaports naar North Sea Port, sinds 8 jaar de fusiehaven van Vlissingen, Terneuzen en Gent. Hoe ervaart hij de verschillen en welke uitdagingen ziet hij voor zich?

Voor König betekende de overstap een flinke schaalsprong. “North Sea Port is drie keer zo groot in hectares, personeel en omzet en heeft tien keer meer transportbewegingen. Ook is er meer diversiteit aan bedrijven. We hebben hier een raffinaderij, een autofabriek, chemiebedrijven en richting Vlissingen een aantal scheepswerven. Er komt van alles binnen, van auto-onderdelen en grondstoffen tot kiwi’s en bananen.” North Sea Port heeft als aandeelhouders de provincies Oost-Vlaanderen en Zeeland en drie Nederlandse en drie Vlaamse gemeenten. Die Belgisch-Nederlandse context maakt de haven bijzonder. “Ik heb er een nieuwe politieke werkelijkheid bijgekregen die ik voorheen wat minder goed volgde. België is een gecompliceerd land met heel veel bestuurslagen – dat vinden ze zelf ook. Als buitenstaander moet je je goed verdiepen om te begrijpen hoe de hazen lopen.”

Fysieke dreigingen

De uitdagingen voor de toekomst staan in het nieuwe strategische plan ‘Impact 2030’, dat het havenbedrijf onlangs publiceerde. Veiligheid is hierin een belangrijk thema. “Dan heb je het natuurlijk over de veiligheid van de mensen die in het havengebied werken en over de aanpak van criminaliteit – de haven is natuurlijk een kwetsbare plek voor allerlei vormen van smokkel. Maar geopolitieke veiligheid speelt de laatste jaren ook een steeds grotere rol. We moeten zorgen voor krachtige eigen zeehavens en een krachtige eigen industrie. In België wordt gewerkt aan een platform voor cyberveiligheid in de havens dat naast het Nederlandse initiatief FERM kan bestaan. Daarnaast zijn er fysieke dreigingen; ook wij hebben te maken met drones die boven het havengebied rondvliegen. Dat is geen kinderspel, het vormt een serieus gevaar.”

‘Met name aan de Nederlandse kant van de grens hebben bedrijven het zwaar’

Waardevolle grondstoffen

Een andere uitdaging die voor hem ligt, is het realiseren van meer ruimte voor uitbreiding van het havengebied. “Rondom het kanaal van Gent naar Terneuzen is het al behoorlijk druk. Terwijl we wel veel ruimte nodig hebben, bijvoorbeeld voor duurzame energie en de circulaire economie. Aan de rechteroever zijn we bezig met North-C Circular, een gebied van 150 hectare waar we onder andere bedrijven willen laten vestigen die zich bezighouden met het verwerken van afvalstromen tot nieuwe waardevolle grondstoffen. We willen voorkomen dat we te vaak nee moeten verkopen aan de poort omdat er onvoldoende plek is.”

Tegelijk zijn er zorgen of de energie-intensieve industrie in het havengebied het hoofd wel boven water kan houden. “Met name aan de Nederlandse kant hebben de bedrijven het zwaar. Een aantal bedrijven heeft al investeringen teruggeschroefd, zoals Dow en Cargill in Sas van Gent. Het heeft deels te maken met de hoge energieprijzen in Nederland en het feit dat ze tot verduurzaming worden gedwongen zonder dat de benodigde infrastructuur er ligt. Ook zijn de bureaucratische procedures erg ingewikkeld. In België gaat dat allemaal wat gemakkelijker, daar heeft de overheid meer oog voor de industrie. Op dat gebied kunnen we veel van de Belgen leren.”

Deel dit bericht