26

september

Klimaat

Door: jbessembinders

Henk Vermeer (BBB): ‘Maatwerk kan verstandig zijn, maar wijst ook op een tekort aan basisbeleid’

De BoerBurgerBeweging (BBB) maakt zich hard voor de agrarische gemeenschap, maar wil zich ook inzetten voor de toekomst van de Nederlandse industrie. Henk Vermeer, medeoprichter van de partij en energiewoordvoerder in de Tweede Kamer, wil het de industriebedrijven makkelijker maken om te verduurzamen. Bijvoorbeeld met voorrang op het stroomnet, het afschaffen van regels die innovatie belemmeren en verkorten van vergunningsprocedures. Over het huidige beleid van maatwerkafspraken tussen industrie en overheid heeft hij gemengde gevoelens.

 

Henk Vermeer: “Ik denk dat maatwerk verstandig kan zijn, maar het wijst ook op een tekort in het basisbeleid. Als er maatwerk nodig is, betekent dat vaak dat de basisregels voor een grote groep bedrijven niet goed genoeg zijn. Dat kan ongelijkheid creëren, omdat het ene bedrijf wel geholpen wordt en het andere niet.”

Hij verwijst naar de gang van zaken bij DOW Chemical, dat als onderdeel van maatwerkafspraken groene waterstof zou gaan produceren. Uiteindelijke kreeg het bedrijf geen vergunning als gevolg van stikstofconcentratie in de rookgassen. “Daar speelde maatwerk ook een rol en dat heeft niet goed uitgepakt. Uiteindelijk moeten we ervoor zorgen dat het basisbeleid robuust genoeg is, zodat maatwerk alleen in uitzonderlijke situaties nodig is.”

Hoe ziet u de kansen voor elektrificatie van de industrie, gezien de problemen rondom aansluiting op het elektriciteitsnet en de stijgende transportkosten?

“Het is een groot probleem dat de randvoorwaarden niet in lijn zijn met het gewenste tempo van elektrificatie. Bedrijven worden geconfronteerd met wachttijden voor hun aansluiting en hoge transportkosten. Ik hoor regelmatig van ondernemers die verhuizen naar grotere panden en geen aansluiting kunnen krijgen, zoals een bedrijf dat nu noodgedwongen dieselgeneratoren moet gebruiken omdat Liander pas over een jaar tijd heeft. Dat is de omgekeerde wereld. We moeten ervoor zorgen dat de infrastructuur wordt uitgebreid, zodat bedrijven zonder belemmeringen kunnen verduurzamen. Quick-wins zijn hier belangrijk: als een bedrijf snel geholpen kan worden, dan moeten we dat voorrang geven.”

Hoe ziet u de rol van blauwe en groene waterstof, en is subsidiëring van CCS bespreekbaar?

“Wij zijn als BBB niet kleurenblind wat betreft waterstof. In deze fase zijn alle kleuren van waterstof – zelfs grijs – noodzakelijk om de volumes op gang te krijgen. Volume is cruciaal voor de verdere ontwikkeling en prijsverlaging van waterstof, waardoor we ook concurrentievoordeel kunnen behalen. CCS kan daarbij een middel zijn om de uitstoot te beperken, maar we richten ons liever op het creëren van een goede businesscase, zodat bedrijven op termijn zelf kunnen investeren zonder afhankelijk te zijn van subsidies. Uiteindelijk moet groene waterstof de standaard worden, maar op de korte termijn moeten we pragmatisch zijn.”

In uw verkiezingsprogramma stelde u dat de concurrentiekracht van Nederland achteruitgaat door extra regelgeving. Welke regelgeving zou u als eerste willen aanpakken om innovatie aan te jagen?

“Ik zou me richten op regels die innovatie direct in de weg staan, zoals bij bedrijven die hun uitstoot willen verminderen maar geblokkeerd worden door de stikstofnormen. Vaak gaat het niet om de absolute hoeveelheid uitstoot, maar om een stijging van de concentratie, terwijl het totaal juist daalt. Dat is een kromme regel die innovatie tegenhoudt en Europese regels te streng interpreteert. Daarnaast moeten we de netwerkkosten voor transport van elektriciteit en waterstof aanpakken, want die zijn in Nederland fors duurder dan in onze buurlanden. Dit zorgt voor een oneerlijk speelveld voor Nederlandse bedrijven, en dat is schadelijk voor onze concurrentiekracht.”

Vergunningverlening verloopt traag, vooral voor circulaire bedrijfsmodellen. Hoe ziet BBB hier een doorbraak?

“Het probleem met vergunningverlening ligt vooral in de traagheid en inefficiëntie van de huidige procedures. We hebben eerder gezien dat het, wanneer de urgentie hoog genoeg is, zoals bij de LNG-terminal of tijdens de coronapandemie, mogelijk is om binnen enkele maanden een complete regeling te treffen of vergunningen te verlenen. Terwijl een kleine aanpassing aan dezelfde terminal nu twee jaar in beslag kan nemen. Dit toont aan dat het sneller kan als er politieke wil is. Wat we nodig hebben, is lef vanuit de politiek om deze procedures structureel te verkorten. Ministers moeten waar nodig ingrijpen en zorgen dat de regels niet in de weg staan van innovatie en noodzakelijke veranderingen in de industrie.”

De transitie van fossiele naar duurzame energie heeft prioriteit bij BBB. Hoe ziet u de rol van de landbouwsector in deze energietransitie, met name in de ontwikkeling van groene waterstof en biobrandstoffen?

“De energietransitie biedt kansen voor de landbouwsector, maar bij waterstofproductie is dat nog complex. Voor landbouwbedrijven is waterstof niet eenvoudig inzetbaar, omdat de benodigde installaties vaak groot en de vergunningstrajecten ingewikkeld zijn. Wat nodig is, zijn kleinere, compacte installaties met vereenvoudigde vergunningseisen. Als er voldoende waterstof beschikbaar komt en de infrastructuur goed wordt ontwikkeld, zullen agrariërs en bouwbedrijven met zwaar materieel zeker willen investeren in motoren die op waterstof draaien. Laagdrempelige toegang en voldoende volume zijn daarbij cruciaal. Maar ik denk dat de Nederlandse landbouw weinig kan bijdragen aan de productie van biobrandstoffen. Daar zijn verschillende redenen voor. Als boer wil je organisch materiaal liever in de bodem houden om die te verbeteren, in plaats van het af te voeren. Bovendien is onze landbouwgrond van hoge kwaliteit en daardoor duur, waardoor het rendabeler is om voedsel te produceren. Biobrandstoffen zijn vooral geschikt om te maken op marginale gronden, waar geen gewassen voor consumptie kunnen groeien.”

Deel dit bericht