06

juni

Nieuws

Door: jbessembinders

Jeannette Baljeu (Europarlementariër VVD): ‘2050 klinkt ver weg, maar het is hooguit drie investeringsbesluiten’

Nu in Nederland het kabinet is gevallen, zijn de ogen meer dan ooit gericht op de Europese Unie om de industrie te ondersteunen. Jeannette Baljeu, Europarlementariër voor de VVD, vindt dat Europa op de goede weg is met onder meer de Clean Industrial Deal en versterking van CBAM, het systeem voor koolstofcorrectie aan de Europese buitengrens. “Met de geopolitieke onzekerheid van nu is het belangrijk om onze afhankelijkheid van het buitenland zoveel mogelijk te verkleinen. Hoe meer industrie we in Nederland en Europa behouden en laten doorgroeien, des te minder kwetsbaar we zijn.”

Doet Europa voldoende om de industrie te laten overleven in deze lastige tijden?

“Een sterke, concurrerende industrie maakt Europa weerbaarder en minder afhankelijk van andere werelddelen. Dat is keihard nodig met de geopolitieke spanningen van het moment en het onzekere economische beleid van Donald Trump. De verduurzaming van onze industrie speelt daarin een belangrijke rol: het zorgt ervoor dat onze bedrijven klaar zijn voor de toekomst, stimuleert innovatie en maakt ons minder afhankelijk van anderen. Europa zet stappen om de industrie te ondersteunen, maar er is genoeg werk aan de winkel.

Het is belangrijk dat we vasthouden aan onze klimaatdoelstellingen, maar tegelijkertijd moeten we zorgen dat onze industrie concurrerend blijft. Neem bijvoorbeeld de chemiesector. Die willen we hier houden. Met de Clean Industrial Deal zie je dat Europa in beweging komt, met aandacht voor het elektriciteitsnet, de hoge energieprijzen en CO₂-opslag. Daar pleit ik al langer voor en dat is ook keihard nodig. Maar willen we de klimaatdoelen van 2050 halen, dan moeten we nú in actie komen. Want 2050 klinkt ver weg, maar het is nog maar 25 jaar. Voor de industrie betekent dat hooguit twee of drie investeringsbesluiten.

Europa kan meer doen om de vraag naar groene producten aan te jagen. Dat is de afgelopen jaren te weinig gebeurd. Maar we moeten breder kijken. Minder regeldruk, betere toegang tot kapitaal en het wegnemen van barrières in de interne markt. Zo zorgen we dat onze industrie hier blijft, vergroent en kan concurreren met de rest van de wereld.”

Ziet u durf en lef bij lidstaten om nationaal industriebeleid te voeren?

“Ja, dat zien we zeker. Frankrijk is daar altijd al sterk in geweest en ook de nieuwe Duitse regering kiest duidelijk voor het ondersteunen van hun industrie. En ook in Nederland zetten we nu de eerste stappen. Zelf pleit ik niet alleen voor nationaal industriebeleid, maar juist óók voor Europees industriebeleid. Een groot deel van de Europese industrie is gevestigd in de driehoek Rotterdam, Antwerpen en het Ruhrgebied. Daarbij horen natuurlijk ook Zeeland en Limburg. We moeten dus grensoverstijgend samenwerken. Door te investeren in samenwerking tussen de grote industriële clusters, bijvoorbeeld met CO₂-pijpleidingen die de clusters aan elkaar verbinden, kunnen we echt een verschil maken.”

Gaat de Clean Industrial Deal en de uitwerking daarvan Europa helpen weerbaarder en onafhankelijker te worden?

“Ja, dat is wel onze inzet. Met de geopolitieke onzekerheid van nu is het belangrijk om onze afhankelijkheid van het buitenland zoveel mogelijk te verkleinen. Hoe meer industrie we in Nederland en Europa behouden en laten doorgroeien, des te minder kwetsbaar we zijn. Veel maakindustrie heeft ook toelevering van basisproducten vanuit Europa nodig. Goed als we dus aandacht geven aan het stimuleren van groene producten, die gemaakt zijn in Europa. Dat kunnen we bijvoorbeeld doen door groene bijmengverplichtingen in te voeren. Zo bouwen we een groene, Europese toeleveringsketen, die weerbaar en onafhankelijk is.”

Nationale koppen in Nederland, zoals de plastic taks, de nationale CO2-heffing, netkosten… de industrie hier staat op achterstand ten opzichte van de buurlanden. Hoe kijkt u hiernaar?

“Samen stropen we de mouwen op. Het is goed dat het kabinet de plastictaks heeft afgeschaft. En ik ben blij dat de rijksoverheid CO₂-opslagprojecten steunt. Dat zijn belangrijke stappen, maar we zijn er nog niet. Kijk bijvoorbeeld naar korting op elektriciteit, zoals andere landen die verstrekken. Dat zou navolging moeten krijgen in Nederland.”

De raffinagesector zegt dat CBAM in zijn huidige vorm niet effectief is, zo vallen raffinageproducten er niet onder. Hoe kan dit volgens u nog effectiever worden ingericht?

“Die zorgen hoor ik ook. Gelukkig wordt er achter de schermen gewerkt aan een uitbreiding van CBAM, ook naar ‘downstream’ producten. Daar pleit de VVD al langer voor. Maar om nu al te concluderen dat het heffingsmechanisme niet werkt, vind ik te vroeg. Het is juist goed dat de Europese Commissie de drempelwaarden heeft aangepast, zodat de administratieve lasten voor vooral de kleinere importeurs worden verminderd, terwijl bijna alle emissies gedekt blijven. Een mooi voorbeeld van effectieve vereenvoudiging.

“Nu is het zaak dat Eurocommissaris Hoekstra snel komt met een evaluatie en herziening van CBAM. Ik wil daarin vooral een uitbreiding naar downstream producten zien én een oplossing voor exportgerichte sectoren zoals de staalindustrie. Die krijgen te maken met steeds hogere ETS-prijzen door de uitfasering van gratis uitstootrechten. Daardoor kunnen ze nauwelijks concurreren op de wereldmarkt. Er moet dus snel een oplossing voor komen, zeker gezien de geopolitieke en economische onzekerheid.”

Deel dit bericht