25

april

Klimaat

Door: Jan-Willem van den Beukel

Klimaatnota: ‘Goed begin op weg naar herstel industrie’

Waardering voor de actiebereidheid van het kabinet, en toch nog kopzorgen – zo luidt de eerste reactie van VEMOBIN op de vandaag gepresenteerde klimaatnota. “Er moet op weg naar Prinsjesdag nog een hoop gebeuren om het gelijke speelveld met Europa te herstellen – laat staan met de rest van de wereld”, zegt directeur Jan-Willem van den Beukel.

Veel van de aangekondigde maatregelen zien er goed uit. Het kabinet maakt een duidelijke keuze voor groene waterstof: inzet bij de raffinaderij wordt even veel waard als de afzet in mobiliteit. Dat is een belangrijke stimulans voor de productie van groene waterstof. Ook de investeringen in het CO2-opslagproject Aramis zijn positief nieuws, want hiermee maakt het kabinet opslag voor meer partijen betaalbaar, een grote stap voorwaarts voor groene infrastructuur. Dat de hoge energielasten voor bedrijven op het netvlies van het kabinet staan, blijkt uit het voornemen om met Prinsjesdag de netkosten te verlagen door investeringen in het elektriciteitsnet over een langere periode af te schrijven. Dat is nog onvoldoende om het gat met de buurlanden te dichten, maar het helpt wel.

Nationale CO2-heffing

VEMOBIN is tegelijk zeer bezorgd over het handhaven van de nationale CO2-heffing. Dit instrument zet bedrijven niet aan tot verduurzaming, maar wel tot het heroverwegen van productiefaciliteiten in Nederland. Als je een raffinaderij hebt in Nederland en één in Duitsland of België, dan betaal je in ons land naast de Europese CO2-prijs ook nog eens een nationale CO2-heffing. En die komt bovenop de in Nederland hogere net- en stroomkosten, omdat raffinaderijen hier zijn uitgesloten van de Europese indirecte kostencompensatieregeling IKC. Oftewel: fabrieken in onze buurlanden hebben een betere marge en krijgen zo meer mogelijkheden om te investeren in nieuwe installaties en schone technologieën. De hogere lasten in Nederland verzwakken dus de eigen industriële positie, zonder concreet klimaatvoordeel. Van den Beukel: “Een lichtpuntje is wel dat het kabinet graag in overleg gaat met belanghebbenden over alternatieven voor de CO2-heffing. Wij denken dat Europees beleid dat de vraag van consumenten aanjaagt naar producten die met minder CO2 uitstoot worden gemaakt, hierin een belangrijke rol moet spelen. Want als het op de markt loont, dan komen de investeringen in verduurzaming vanzelf van de grond.”

‘De Nederlandse industrie kan en wil deze hernieuwbare brandstoffen zelf produceren’ – Jan-Willem van den Beukel

Alarmerend rapport

De industrie luidde in de afgelopen maanden de noodklok over de achterstand op de rest van Europa en dat die zorgen terecht zijn, werd deze week nog eens bevestigd door een alarmerend rapport van TNO. Daaruit blijkt dat als gevolg van hoge energielasten, haperende vergunningverlening en een ongelijk speelveld de de-industrialisatie van Nederland in volle gang is. En dat leidt tot minder investeringen, kennis- en banenverlies en daarmee ook tot minder brede welvaart. “Daarom is het goed dat het kabinet nu gehoor geeft aan de zorgen van de industrie”, stelt Van den Beukel namens VEMOBIN. “De klimaatnota brengt ons een eind in de goede richting, maar we zijn er nog lang niet. Nederland is hiermee nog niet competitief.”

Vergroening brandstoffen

Uit de Kamerbrief van minister Hermans blijkt verder dat het kabinet vanaf 2030 meer hernieuwbare brandstoffen in het wegverkeer wil brengen. Dat is 30 Petajoule (PJ) bovenop de 65 PJ die bij het Klimaatakkoord overeen was gekomen én de verhoging met 20 PJ die al in 2024 werd doorgevoerd. VEMOBIN prijst het kabinet dat het in de autobrief bij vaststelling van de accijnzen de enorme opgave om de brandstoffen te vergroenen én de daarbij horende prijsstijging van de producten wil meewegen in de tariefstelling. Van den Beukel: “De Nederlandse industrie kan en wil deze hernieuwbare brandstoffen zelf produceren. Om dat mogelijk te maken, zouden die bedrijven in de toekenning van stikstofruimte en bij een aansluiting op het elektriciteitsnet voorrang moeten krijgen. Anders kunnen we niet snel genoeg opschalen.” Buiten Europa en vooral in China schaalt men namelijk wél razendsnel op: China heeft deze markt nog niet volledig overgenomen, maar het ‘window of opportunity’ om de productie van hernieuwbare brandstoffen voor Europa te behouden, blijft niet voor eeuwig open.

Samen de klus klaren

“Samenvattend is de klimaatnota een goed begin, maar er moet op weg naar Prinsjesdag nog een hoop gebeuren om het gelijke speelveld met Europa te herstellen – laat staan met de rest van de wereld”, besluit Van den Beukel. “Als we die klus samen met de politiek klaren, dan is dat niet alleen goed voor de industrie, voor werknemers en voor het mkb dat afhankelijk is van de industrie, maar komen ook de klimaatdoelen meer binnen bereik dan nu het geval is.”

Deel dit bericht