13

maart

Nieuws

Door: jbessembinders

Na geslaagde Industrietop zijn alle ogen gericht op Voorjaarsnota

Het ziet er grimmig uit voor de industrie in Nederland. Een combinatie van hoge elektriciteitsprijzen, ongunstig nationaal beleid en gebrek aan infrastructuur maakt dat veel bedrijven moeite hebben om te overleven. De roep om ingrijpen vanuit de rijksoverheid neemt toe. Reden voor VNO-NCW om 19 februari jl. een Industrietop te organiseren, waar werkgevers, werknemers en belanghebbenden in de regio in gesprek gingen met onder andere minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei en enkele leden van de Tweede Kamer.

“Het is vijf over twaalf”, zo vatte directeur Focco Vijselaar van VNO-NCW de alarmerende situatie samen. Bijna wekelijks komen industriebedrijven in het nieuws die investeringen uitstellen of geheel afblazen. De industrie maakt al 18 maanden krimp door.

Volgens onderzoek van PwC, dat tijdens de Industrietop werd gepresenteerd, komt dat deels door gebrek aan een gelijk speelveld in Europa. Unilaterale Nederlandse beleidsinitiatieven, zoals een extra CO₂-taks, relatief hoge nettarieven en een aanstaande plastic-heffing treffen de bedrijven zwaar. Ze kunnen geen kant op: pogingen van de industrie om te verduurzamen, stranden vanwege uitblijven van nieuwe infrastructuur voor elektriciteit, CO₂-opslag en waterstof.

En dat terwijl het besef groeit dat het behoud van een eigen industrie cruciaal is in de huidige onzekere geopolitieke situatie. “We doen net alsof de industrie iets van de oude economie is, dat we die producten niet meer nodig hebben”, verzuchtte Theo Henrar, voorzitter van de ondernemingskoepel FME. “Maar de industrie is ongelofelijk belangrijk voor Nederland. Ook voor de verduurzaming en onze strategische onafhankelijkheid.”

 

Verlichten van de pijn

Minister Hermans probeerde de gemoederen enigszins tot bedaren te brengen door te beloven dat het kabinet hard werkt aan het verlichten van de pijn. Er wordt nagedacht over versnelling van procedures en aanpak van netcongestie. Ook verwacht de bewindsvrouw veel van de Europese Clean Industrial Deal, waarmee bedrijven ondersteuning kunnen krijgen bij duurzame investeringen. Maar, zo benadrukte ze: “Ga niet alleen maar zitten wachten op beleid en regels.”

Ze deed een oproep aan de aanwezigen om vooral optimistisch te blijven. “Ik bagatelliseer op geen enkele manier dat er problemen zijn. Maar de enige manier om die het hoofd te bieden, is door het samen te doen. Laten we dus niet gaan zitten somberen.”

 

Gemengde gevoelens

Na afloop van de goedbezochte top heersten er gemengde gevoelens. “Deze industrietop is een uniek initiatief, omdat zowel werknemers als werkgevers hier in de Malietoren hun waarde voor Nederland aan de politiek en het ministerie laten zien”, aldus directeur Jan-Willem van den Beukel van VEMOBIN. “Tegelijkertijd is het werk nu niet gedaan, want in het kielzog van deze top moeten werkgevers, werknemers en politiek wel met elkaar aan de slag om het signaal dat we vandaag afgeven om te zetten in goed beleid, investeringen en duurzame producten. Maar de bal ligt nu bij de minister en de politiek om iets te doen aan bijvoorbeeld de hoge netkosten, de nationale CO₂-heffing en vergelijkbare compensatiemaatregelen als in het buitenland (indirecte kostencompensatie, volumecorrectieregeling, red.). We hopen daarom op goed nieuws bij de Voorjaarsnota, zodat wij als industrie en werknemers aan de slag kunnen.”

 

Foto: Minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei en Theo Henrar, voorzitter van de ondernemingskoepel FME tijdens de Industrietop van VNO-NCW.

(Foto Jeroen van der Meyde)

Deel dit bericht