26
september
Door: jbessembinders
Net te duur
Soms komt een rapport precies op het juiste moment. Het rapport van Aurora (in opdracht van Shell en bp) is daarvan een goed voorbeeld. Half augustus bracht dit rapport een figuurlijke bom tot ontploffing met de analyse dat grootverbruikers tot wel 12x meer aan netkosten kwijt zijn dan hun concurrenten in België, Duitsland en Frankrijk. BNR en andere media doken er bovenop en schudden de politiek wakker. Terecht!
Het Aurora rapport geeft een impuls aan de lobby die we samen met VNO-NCW, VNCI, Deltalinqs, VEMW en de NVDE al langer voeren en die over een paar maanden bij de Voorjaarsnota effect moet gaan sorteren. Waarom maken we ons hier druk over? Nou, omdat hoge elektriciteitskosten zorgen voor verplaatsing van industriële productie naar het buitenland. Ook staan de hoge kosten de verdere elektrificatie van de energie-intensieve industrie in de weg, waardoor de klimaatambities minder haalbaar worden. En het is funest voor de business case van de productie van groene waterstof via elektrolyse. Ongewijzigd beleid zet een dikke streep door nieuwe investeringsbeslissingen in elektrolysers. Actie dus, en die begint met een goede analyse: hoe zijn we zo ver gekomen en welke oplossingen zijn er?
Slechte keuze
Voor 2023 werd de netaansluiting van windparken op zee betaald uit de SDE-subsidie. Maar sindsdien worden die miljardeninvesteringen via de nettarieven verrekenend. Een slechte keuze, die nu meer dan de helft van de netkostenstijging veroorzaakt en het gelijke speelveld flink verstoort. Landen die op een andere manier schone elektriciteit opwekken, bijvoorbeeld met kernenergie of waterkracht, maken die enorme netkosten immers niet en daarom zijn de netkosten in andere landen stukken lager dan bij ons. Nog afgezien van het feit dat een deel van die windstroom ook weer naar Duitsland gaat, terwijl het transport door Nederlandse bedrijven wordt betaald. Dat is onlogisch. Een tweede inbreuk op het gelijke speelveld is dat de industrie in buurlanden gebruik maakt van Europees toegestane kortingsregelingen als IKC (Indirecte Kosten Compensatie) en VCR (Volume Correctie Regeling). De Nederlandse raffinagesector mag dat niet als gevolg van een Nederlandse beleidskeuze. Effectieve elektriciteitskosten voor grootverbruikers liggen daardoor in omringende landen 15% tot 66% lager dan in Nederland, erkent ook het kabinet. Het probleem is dus helder. Dan nu de oplossingen.
Oplossingen
Het kabinet is van plan om bij de Voorjaarsnota in 2025 maatregelen voor te stellen, in reactie op een zogeheten Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO). Namens VEMOBIN hebben Jan Bessembinders en ik vorige week onze standpunten naar voren gebracht in een rondetafelgesprek met die IBO-werkgroep. Op korte termijn bepleiten we een stimulans voor technologieën zoals elektrolysers, batterijen en e-boilers, die het net helpen balanceren. Laat de regering te rade gaan in Duitsland, waar een vrijstelling van netkosten geldt voor de productie van groene waterstof.
Ten tweede vragen we om herstel van compensatiemechanismen (denk aan IKC en VCR). Zulk daadkrachtig ingrijpen door minister Hermans biedt dan de ademruimte om te werken aan langere termijn oplossingen. Daarbij denken we aan het anders financieren van de aanleg van netinfra: meer uit publieke middelen. En aan een betere Europese kosten- en batenverdeling, waarbij we gebruik maken van EU-fondsen. Mario Draghi heeft hier in feite in zijn rapport ook voor gepleit, en heeft het daarmee op de agenda van de Europese Commissie gezet. De industrie moet dus helaas nog een tijdje doorbijten, maar aan de horizon gloort voorzichtig hoop.
Jan-Willem van den Beukel
Algemeen Directeur VEMOBIN
Deel dit bericht