26
september
Door: jbessembinders
NKL werkt hard aan toekomstbestendig laadnetwerk voor elektrisch vervoer
Sinds de oprichting tien jaar geleden zet het Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL) zich in voor een toekomstbestendig laadnetwerk voor elektrisch vervoer. Het leverde onder andere een ‘Basisset AC-laadinfrastructuur’ op, die volgens programmamanager Logistiek Laden Robert van den Hoed de elektrificatie van het Nederlandse wagenpark een boost heeft gegeven. Toch is het publieke laadnetwerk volgens hem nog lang niet af: het kan en moet nog veel uitgebreider, slimmer, datagestuurder én prijstransparanter.
In partnerschappen kennis ontwikkelen, delen en borgen en relevante partijen verbinden om de komst van laadinfrastructuur te versnellen en een volwassen markt te realiseren. Dat is volgens Van den Hoed van meet af aan de missie geweest van NKL. “Nadat in oktober 2009 de eerste publieke laadpaal in gebruik was genomen, moesten Charging Point Operators (CPO’s, exploitanten van laadinfra, red.) en gemeenten jarenlang bij iedere aanbesteding weer opnieuw het wiel uitvinden”, vertelt de Programmamanager Logistiek en voorzitter van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur-werkgroep Logistiek, die sinds begin 2021 in dienst is van NKL. “Dat was destijds een van de redenen om NKL op te richten. Het resultaat was onder andere de Basisset AC-laadinfrastructuur, die conform onze missie de komst van laadinfrastructuur absoluut heeft versneld. Nederland telt momenteel ruim 150.000 publieke laadpalen, een aantal dat dagelijks toeneemt.”
Gemeentelijke laadvisie
De Basisset is volgens Van den Hoed een van de voorbeelden van standaardisatie op onderwerpen die de markt vooruithelpen en de uitrol versnellen. “Een ander goed voorbeeld is de ‘handreiking visie en beleid’ die NKL heeft ontwikkeld en die ervoor heeft gezorgd dat meer dan 150 gemeenten inmiddels over een ‘gemeentelijke laadvisie’ beschikken. Daarin worden de ambities van gemeenten op gebied van laadinfrastructuur beschreven, alsmede de manier om deze te realiseren. Het is waardevol voor marktpartijen en voor EV-rijders dat er een zo uniform mogelijk aanpak is.”
Volgens de programmamanager zijn er meerdere modellen voor gemeenten om publieke laadinfrastructuur te ontwikkelen. “Eén daarvan is een concessiemodel dat veelvuldig is toegepast. Het model biedt gemeenten meer ruimte om bijvoorbeeld afspraken te maken over een maximaal laadtarief. Maar er zijn ook ontwikkelingen richting meer openmarkt-modellen. De komende jaren zal uitwijzen wat de meest dominante modellen gaan worden. Omdat aan elk model voor- en nadelen verbonden zijn, houdt NKL de vinger aan de pols.”
Van den Hoed voorspelt dat CPO’s hoe dan ook steeds slimmer en datagestuurder gaan opereren. “Daardoor kan het laadpalennetwerk steeds efficiënter en intensiever worden gebruikt en ontstaan er steeds betere businesscases voor CPO’s en uiteindelijk een gezonde marktwerking, met lagere kosten voor gemeenten en een betere prijs voor EV-rijders als resultaat.”
Prijstransparantie
Dat die prijstransparantie bij publieke laadpunten nog te wensen overlaat, toont volgens Van den Hoed aan dat de sector nog niet volwassen is. “Net als bij een tankstation moeten automobilisten ook bij een publiek laadpunt vooraf weten wat het laden ze gaat kosten. Rekening houdend met de Europese wetgeving die dit jaar in werking is getreden, de Alternative Fuels Infrastructure Regulation (AFIR), werken we daar hard aan.”
Tijdens de kennisbijeenkomsten, seminars en webinars die NKL ongeveer tien keer per jaar organiseert en die steevast op veel belangstelling kunnen rekenen, staat ook de netcongestieproblematiek regelmatig hoog op de agenda. Van den Hoed: “Begrijpelijk, want het staat de ontwikkeling van een landelijk dekkend netwerk van laadinfrastructuur voor zowel personenauto’s als vrachtwagens in de weg. Ik verwacht veel van alternatieve transportrechten die netbeheerders gaan aanbieden en die het mogelijk maken om de beschikbare capaciteit beter te benutten. Daarnaast verwacht ik veel van buffering van energie in batterijen.”
Steeds meer raakvlakken
NKL werkt nauw samen met een groot aantal stakeholders, overheden, kennisinstellingen en brancheorganisaties als ElaadNL, BOVAG en de RAI Vereniging. Van den Hoed signaleert raakvlakken met VEMOBIN. “TotalEnergies, BP Pulse en Shell Recharge zijn voorbeelden van leden van VEMOBIN die zich niet meer alleen intensief bezighouden met fossiele brandstoffen, maar ook met de ontwikkeling en exploitatie van laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer. Ook bij tankstations, bijvoorbeeld langs snelwegen, komen steeds meer publieke laadpunten. Die zijn nu nog vooral gericht op personenauto’s, maar er moet ook een landelijk dekkend publiek toegankelijk snellaadnetwerk voor vrachtvervoer komen. Met NKL als kennispartner, hebben het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en ElaandNL daarom het aanjaagprogramma Logistiek Laden (LoLa) opgetuigd. Behalve op vervoerders, exploitanten van laadinfrastructuur, overheden en netbeheerders richt dat zich ook op eigenaren van kansrijke locaties. VEMOBIN-leden dus.”
Vragen over vergunningen
Over VEMOBIN-leden gesproken… Van den Hoed krijgt regelmatig signalen dat zij veel vragen hebben over de vergunningen die nodig zijn voor het plaatsen van publieke laadpalen bij tankstations. “Dat kan per regio verschillen. NKL kan een rol spelen om deze kennis te verzamelen en te delen met relevante partijen als VEMOBIN. Daarmee is het bij uitstek een onderwerp dat zowel VEMOBIN als NKL synergiemogelijkheden biedt.”
Deel dit bericht