06
juni
Door: jbessembinders
Paul Nillesen (PwC Strategy&): ‘Focus op kostenverlaging, eindmarkten en Europa’
Paul Nillesen van PwC Strategy& opende dit jaar het VEMOBIN Jaardiner in het Haagse Spuitheater met een indringende keynote: de energietransitie is volgens de econoom en consultant geen zachte landing, maar een hobbelige rit vol dilemma’s. “Er is geen gebrek aan energie, maar een gebrek aan omzetting, opslag en keuzes.”
Op papier lijkt het veelbelovend: de zon levert jaarlijks 173.000 TeraWatt – ruim 10.000 keer ons verbruik. Maar als we die energie niet efficiënt kunnen omzetten, opslaan en gebruiken waar en wanneer we willen, hebben we er weinig aan. Planten doen dit met slechts 2% rendement via fotosynthese; zonnepanelen zijn efficiënter, maar vragen directe consumptie of dure opslag. “Daarom zijn fossiele moleculen zo lang dominant gebleven,” zegt Nillesen. “Ze zijn krachtig, verplaatsbaar en makkelijk op te slaan.”
Dominant
Ondanks decennia van klimaatbeleid blijft fossiele energie wereldwijd goed voor 80% van het primaire verbruik. Zelfs in 2050 blijven olie en gas volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) vrijwel even belangrijk. In opkomende economieën als China en India stijgt het fossiele gebruik zelfs. “Wie denkt dat het in 2050 wel goed komt met de klimaatdoelen, komt bedrogen uit,” zegt Nillesen scherp. “We zullen de energievraag met 20% moeten verlagen, terwijl die nu jaarlijks met 2% stijgt.”
De rol van moleculen
Er zijn ook successen. Sinds 2000 groeide het geïnstalleerd vermogen van wind- en zonne-energie respectievelijk met 25% en 36% per jaar. Toch is dat nog lang niet genoeg. Om fossiele bronnen volledig te vervangen, is tot 2050 zo’n 500 tot 700 exajoule aan duurzame energie nodig – vergelijkbaar met 2.000 keer de jaarlijkse productie van de Chinese Drieklovendam.
In Nederland overheerst optimisme: meer zonnepanelen, elektrische auto’s, warmtepompen. Maar volgens Nillesen wordt één cruciaal aspect over het hoofd gezien: de rol van moleculen als grondstof voor onze economie.
De vergeten vier
Staal, cement, kunstmest en plastic vormen de ruggengraat van onze maatschappij – én zijn zwaar afhankelijk van fossiele moleculen. Ze veroorzaken samen bijna een kwart van de wereldwijde CO₂-uitstoot. “Wil je deze sectoren vergroenen, dan heb je enorme innovaties nodig: groen staal, biobased plastics,” aldus Nillesen. “En dat in een mondiale markt die verre van eerlijk is.”
Waterstof zou hierin een rol kunnen spelen, maar ook daar is de kloof tussen ambitie en realiteit groot. De wereld heeft tegen 2050 zo’n 500 miljoen ton groene waterstof nodig. De huidige productie ligt onder de 1 miljoen ton. Zelfs optimistische ramingen voor 2030 komen niet verder dan 50 miljoen ton.
Trilemma’s
Centraal in Nillesens betoog staat de spanning tussen duurzaamheid, betaalbaarheid en weerbaarheid – de zogeheten trias energetica. “Er is geen energiebron die aan alle drie die eisen tegelijk voldoet,” zegt hij. In het verleden konden we terugvallen op systeemflexibiliteit en overcapaciteit. Maar de rek is eruit. Elke keuze die we nu maken, schuurt elders in het systeem – en uitstel is geen optie meer.”
Volgens Nillesen zijn er twee realistische opties om de doelen van 2050 alsnog te halen. De eerste is een drastische verlaging van onze energievraag. “Niet een beetje besparen, maar fundamenteel anders gaan leven. Minder vliegen, minder consumeren, minder welvaart.” Als tweede optie noemt hij een forse versnelling van investeringen. “Het Internationaal Energie Agentschap IEA stelt dat investeringen in duurzame energie moeten verdrievoudigen. Het Climate Policy Initiative spreekt zelfs van een vervijfvoudiging. Maar daar is nauwelijks politiek draagvlak voor.”
Kampioen
Wat dan wel? Nillesen besluit met drie aanbevelingen. De eerste: focus op kostenverlaging. “Subsidies moeten technologieën structureel goedkoper maken. Kijk naar Dubai, waar zon met batterijen nu goedkoper is dan kolen. Of Texas, dat de meeste duurzame energie van de VS produceert – niet uit ideologie, maar uit economische logica.” De tweede is: focus op eindmarkten. “Groen staal is 40% duurder, maar verhoogt de autoprijs slechts met €100 tot €200. Door eindmarkten, zoals autofabrikanten, te koppelen aan groene grondstoffen ontstaat een afzetmarkt en investeringsruimte.”
Zijn laatste aanbeveling is focus op Europa. Nederland is volgens Nillesen te klein en te afhankelijk om het alleen te doen. “Zet vol in op Europees energiebeleid, infrastructuur en regelgeving. En als we toch voorop willen lopen, help dan onze bedrijven om kampioen te worden in de nieuwe energiewereld.”
Foto: Sicco van Grieken
Deel dit bericht