13
maart
Door: jbessembinders
Toekomst chemische recycling afvalplastic ligt in ‘achtertuin’ VPR Energy-raffinaderij
Naast kerosine en diesel produceert Vitol Group-dochter VPR Energy in Rotterdam ook fossiele nafta, een olie die onder andere wordt gebruikt om plastic producten te maken. Onder leiding van CEO Jeffrey van Geloof krijgt de raffinaderij gezelschap van een reactor, waarin plastic afvalstromen worden gepyrolyseerd tot pyrolyseolie. In een kraakinstallatie is er vervolgens nog één stap nodig om deze circulaire nafta om te zetten in monomeren voor de plasticindustrie.
Sinds half februari is de Vitol Group voor 100 procent eigenaar van Waste Plastic Upcycling (WPU), dat in de Deense plaats Fårevejle een fabriek heeft waarin jaarlijks 30.000 ton afvalplastic chemisch wordt gerecycled (foto). “Dat gebeurt in een pyrolysereactor”, vertelt Van Geloof, die het management van de VPR Energy-raffinaderij sinds januari combineert met dat van WPU. “Afkomstig uit onder andere Scandinavische landen, Duitsland en Nederland wordt het afvalplastic niet verbrand maar verhit, via een technologie waarbij geen zuurstof aan te pas komt. Daardoor ontstaat pyrolyseolie, die als een soort circulaire nafta vervolgens in een kraakinstallatie wordt omgezet in circulaire monomeren voor de plasticindustrie.”
Upcycling afvalplastic
Anders dan bij mechanisch recyclen, dat bijvoorbeeld bloembakken en tuinmeubels oplevert, is bij dit chemisch recyclen volgens Van Geloof sprake van ‘upcycling’ van het afvalplastic. “Het is geen kwestie van of-of, maar van en-en. Elkaar aanvullend zijn mechanisch en chemisch recyclen allebei nodig om het enorme afvalplasticprobleem op te lossen. Hoe dan ook zijn beide oplossingen duurzame alternatieven voor het verbranden of begraven van afvalplastic. Dat gebeurt nu nog volop in Europa, maar dat moet je eigenlijk niet willen. Richting een fossielvrije samenleving is dat voor Vitol reden om flink te investeren in chemische recycling van afvalplastic.”
In de kinderschoenen
Optimaal gebruik makend van de kennis, ervaring, faciliteiten en infrastructuur die al bij de VPR Energy-raffinaderij aanwezig zijn, verwacht Van Geloof dat er binnen nu en vijf jaar pyrolyseolie wordt geproduceerd in Rotterdam. Voor het zover is, zal er echter nog heel veel water onder de Erasmusbrug door stromen. Van Geloof: “Zowel de techniek als de markt staat nog in de kinderschoenen. De pyrolyseolie die in de fabriek in Denemarken wordt geproduceerd bevat bijvoorbeeld nog veel onzuiverheden, waardoor maar een klein percentage als circulaire nafta kan worden meegeblend met fossiele nafta. Daar valt dus nog een wereld te winnen.”
Op technisch gebied, maar volgens Van Geloof ook aan de aanbodkant. “Goed scheiden is essentieel, want lang niet alle plastics zijn geschikt voor chemisch recyclen. PVC levert bijvoorbeeld heel onzuivere pyrolyseolie op en bovendien komen er schadelijke chlorides vrij bij het verwarmen, net als bij het verbranden trouwens. PVC is daardoor bij uitstek een plastic die niet past in een circulaire economie: bij de ontwikkeling ervan is destijds geen moment nagedacht over de recyclemogelijkheden.”
Goed gescheiden en gezuiverd
Het verbranden en begraven van afvalplastic behoort volgens Van Geloof pas tot het verleden als afvalsorteercentra erin slagen om de verschillende soorten ‘post consumer’ en ‘post industrial’ plastic’ goed gescheiden en gezuiverd aan te leveren aan bedrijven die gespecialiseerd zijn in mechanische dan wel chemische recycling. “Hoe lastig het is om een goed functionerende keten te ontwikkelen, zie je aan mechanische recyclingbedrijven die in financiële moeilijkheden zijn geraakt door goedkope olie uit China. Geluk bij een ongeluk is dat de belangstelling van bedrijven voor chemische recycling van afvalplastic daardoor toeneemt. Wat overigens niet wegneemt dat ik ervan overtuigd ben dat er in samenhang met elkaar een mooie circulaire toekomst is weggelegd voor zowel mechanische als chemische recycling.”
De hoeveelheid pyrolyse-olie die de fabriek in Fårevejle in een jaar produceert, is volgens Van Geloof nu nog vergelijkbaar met de dagproductie van de VPR-raffinaderij in Rotterdam. “Dat geeft wel aan dat we nog een lange weg hebben te gaan, maar je moet ergens beginnen. Dat Vitol juist op dit gebied vooroploopt, is atypisch voor het bedrijf. Het geeft aan hoezeer we ervan overtuigd zijn dat de WPU-technologie om afvalplastic chemisch te recyclen niet alleen effectief en schaalbaar is, maar ook in een grote behoefte zal voorzien als noodzakelijk onderdeel van de circulaire samenleving.”
Slimmer, veiliger en efficiënter
Dat Shell die mening deelt, blijkt uit de Market Development Upgrader (MDU) die eind vorig jaar in gebruik werd genomen door Shell Chemicals Park Moerdijk, dat onder andere pyrolyseolie produceert. Door dit halffabricaat in de MDU te zuiveren, wordt veel meer plasticafval geschikt voor chemische recycling en krijgt de productie van bruikbare pyrolyseolie een flinke boost.
Van Geloof voorspelt dat de pyrolyseolie-fabriek van Vitol-dochter WPU in Rotterdam in alle opzichten een ‘2.0-versie’ van de fabriek in Denemarken zal zijn. “Inherent aan de startup die WPU nu nog is, in een keten die nog grotendeels moet worden ontwikkeld, is dat de focus op de productie van pyrolyseolie en circulaire nafta ligt en dat er minder aandacht is voor aspecten als veiligheid en energie-efficiëntie. Juist daarom is het goed om de nieuwe fabriek in onze eigen achtertuin in Rotterdam te realiseren. Alle randvoorwaarden zijn hier aanwezig om chemische recycling van afvalplastic naar een veel slimmer, veiliger en energie-efficiënter niveau te tillen.
Foto: In de WPU-fabriek in Denemarken wordt afvalplastic in een pyrolysereactor chemisch gerecycled, met circulaire nafta als resultaat.
Deel dit bericht