06
juni
Door: jbessembinders
VEMOBIN jaardiner 2025: ‘Hoe kunnen we duurzaam weerbaar worden?’
Tijdens het VEMOBIN-jaardiner in het Haagse Theater aan het Spui op 2 juni blikte directeur Jan-Willem van den Beukel terug (rechts op de foto, red.) op een jaar vol contrasten in de energietransitie. Zijn boodschap was scherp: “Met mij persoonlijk gaat het goed, maar met de sector gaat het matig.” Toch liet men de hoofdjes niet hangen en werd er juist gezocht naar manieren om het hoofd te bieden aan tal van stevige uitdagingen waar de sector voor staat. Van den Beukel pleitte voor nuchterheid én creativiteit in het beleid: “Alleen als we de feiten onder ogen zien, kunnen we samen tot oplossingen komen.”
Hoewel elektrische mobiliteit groeit, noemde Van den Beukel de waterstofcijfers “dramatisch”: slechts 627 waterstofauto’s in Nederland. “Er moet wel iemand komen tanken, anders houdt het op.” Ook op het gebied van duurzame raffinage is de boodschap helder: klimaatneutrale brandstofproductie in 2040 is haalbaar, maar alleen bij een gelijk speelveld. “De netkosten zijn hier twee keer zo hoog als in Duitsland — dat maakt verduurzamen moeilijk rond te rekenen.”
Tijd is schaars
Ook Paul Nillesen (PwC Strategy&) benadrukte tijdens zijn keynote dat de energietransitie allesbehalve eenvoudig is. Hoewel zonne-energie wereldwijd in overvloed beschikbaar is, schort het aan effectieve omzetting, opslag en timing. Ondanks investeringen in zon en wind blijft fossiele energie dominant: in 2050 is naar verwachting nog 58% van het verbruik van fossiele oorsprong. Sectoren als staal, cement en kunstmest zijn bovendien afhankelijk van fossiele moleculen als grondstof. Vergroening vraagt dus forse investeringen. Nillesens pleidooi: verlaag de kosten, versterk eindmarkten en zet vol in op Europees energiebeleid. “De grootste schaarste is niet geld of technologie, maar tijd.”
Hybride dreigingen
De twee panelgesprekken na de pauze haakten in op het thema van de dag ‘Hoe kunnen we duurzaam weerbaar worden?’. Tijdens het eerste gesprek gingen vier experts onder leiding van dagvoorzitter Rens de Jong in gesprek over strategische weerbaarheid. Met geopolitieke spanningen, hybride dreigingen en een energietransitie in volle gang, klinkt één boodschap duidelijk door: Nederland lijkt nog onvoldoende voorbereid.
Lucia van Geuns (The Hague Center for Strategic Studies, HCSS) wees op gebrekkige samenwerking tussen Defensie en commerciële brandstofleveranciers. “Militaire brandstofinfrastructuur is verouderd en opslagcapaciteit in Oost-Europa schiet tekort. We zijn op dat gebied nog niet zo weerbaar.” Merel Huurdeman (Shell) benadrukte hoe kwetsbaar vitale bedrijven zijn in tijden van hybride oorlogvoering. “We zijn actief in bijna alle vitale processen, en dat maakt ons ook aantrekkelijk als doelwit.” Hoewel scenario’s worden voorbereid, zijn echte stresstests nog schaars. “Het is nooit te laat, maar er zit wel haast achter.”
Karlo van Dam (Ministerie van Klimaat en Groene Groei) benadrukte dat verduurzaming, weerbaarheid en economische veiligheid steeds meer samenvallen. “De enige houdbare industrie is een duurzame industrie. Maar op korte termijn kunnen er spanningen ontstaan.” Harmen Krul (CDA) bracht het militaire perspectief in de discussie: “We weten nog niet goed wat weerbaarheid precies betekent. Maar voor Defensie is diesel voorlopig onmisbaar.” Hij waarschuwde dat ontwrichting vaak niet militair begint, maar civiel. “Eén dag zonder pinautomaat, en de samenleving raakt in paniek.”
Economische tegenwind
Tijdens het tweede panel spraken Frank Wubbolts (TNO), (opnieuw) Karlo van Dam, Kees Vendrik (Nationaal Klimaat Platform) en Jeannette Baljeu (VVD-Europarlementariër) over die andere grote uitdaging van deze tijd: hoe versnellen we de verduurzaming zónder dat de industrie kopje-onder gaat?
Baljeu was helder: “We moeten drie tot vijf keer zoveel investeren in duurzame energie als nu. Minder consumeren? Dat gaat de wereld niet redden — investeren wel.” Ze pleitte voor Europese coördinatie. Vendrik waarschuwde dat de transitie niet vanzelf gaat. “De plagen van Egypte zijn overal,” zei hij, verwijzend naar economische tegenwind en beleidsvertraging. Maar hij bleef optimistisch: “De klimaattransitie is creatief destructief, zoals Joseph Schumpeter (de Oostenrijkse econoom – red.) het bedoelde. Het doet pijn, maar het is de enige weg vooruit.”
Van Dam nuanceerde dat de overheid al veel doet via de maatwerkaanpak en vraagcreatie. “We willen geen generiek beleid, maar slimme stimulansen. Je moet duurzame grondstoffen inzetten waar ze onvervangbaar zijn — anders maken we op korte termijn domme keuzes.” Wubbolts bood een wenkend perspectief: Nederland kan koploper worden in circulaire chemie, mits we duurzame koolstof slim inzetten. Zijn droommaatregel als hij premier voor één dag mocht zijn? “Creëer vraag naar duurzame producten. Zolang die vraag er niet is, blijven groene oplossingen hangen in de marge.”
Abracadabra
Het slotwoord van de dag was voor directeur van den Beukel van VEMOBIN. Hij benadrukte dat verduurzaming keuzes vergt: “Of een beetje minder consumeren, of bereid zijn te betalen.” Hij riep de politiek op om die keuzes helder te maken en bedrijven te helpen die duurzaam willen produceren, door vraag te stimuleren en regels Europees te harmoniseren. Tegelijk waarschuwde hij voor verlamming door perfectie: “Het risico is dat we het betere de vijand laten zijn van het goede.” Hij pleitte voor voortbouwen op wat al werkt, zoals bestaande biobrandstoffen. Tot slot benadrukte hij het belang van communicatie: “Voor 99% van Nederland is de molecuultransitie nog abracadabra. We moeten dit gesprek als sector voeren buiten onze bubbel en wat mij betreft beginnen we hier vandaag mee.”
Foto: Sicco van Grieken
Deel dit bericht