16

juni

Events

Door: jbessembinders

VEMOBIN jaardiner 2026: Energiezekerheid vraagt om tempo

Tijdens het VEMOBIN Jaardiner 2026 stond niet de vraag centraal óf Nederland moet verduurzamen, maar hoe het land dat doet zonder zichzelf economisch en strategisch kwetsbaar te maken. Directeur Jan-Willem van den Beukel opende de avond kort, waarna het programma snel doorging naar een collegetour met staatssecretaris Jo-Annes de Bat van het Ministerie van EZK. De toon was helder: de energietransitie is geen abstract toekomstverhaal meer, maar een uitvoeringsopgave waarin ruimte, vergunningen, infrastructuur en geopolitiek botsen.

Grote ambities vragen grote ingrepen

De Bat schetste hoe breed en weerbarstig zijn portefeuille is. Kernenergie, geothermie, gaswinning, netverzwaring en industriële verduurzaming grijpen allemaal in elkaar. Zijn belangrijkste boodschap: Nederland wil veel, maar moet ook de consequenties durven dragen. In algemene zin is bijna iedereen voor verduurzaming en leveringszekerheid, maar zodra een project concreet wordt, ontstaat weerstand. De Bat vatte dat met gevoel voor understatement samen: “Niemand wil iets, dus overal waar ik kom, zien ze me het liefst zo snel mogelijk vertrekken.”

Netcongestie wordt te vaak versmald

Juist daarom pleitte hij voor eerlijker taal. Wie een concurrerende, groene economie wil behouden, moet ook ruimte maken voor de infrastructuur die daarvoor nodig is. Volgens De Bat is netcongestie een groot knelpunt, maar wordt het probleem te vaak versmald tot elektriciteit. Nederland is, historisch en economisch, óók een land van moleculen: gas, waterstof, biobrandstoffen, CO₂-infrastructuur en vloeibare energiedragers. “Netcongestie gaat heel vaak alleen maar over elektronen. Maar we kunnen natuurlijk ook nog heel veel met moleculen doen.” Voor VEMOBIN was dat een belangrijke erkenning: raffinage, brandstoffen en moleculaire infrastructuur zijn geen restanten van het verleden, maar onderdeel van strategische weerbaarheid.

 

‘We kunnen natuurlijk ook nog heel veel met moleculen doen’

 

Verduurzaming, weerbaarheid en concurrentiekracht

Daarmee verbreedde De Bat het klassieke klimaatdenken. Verduurzaming blijft de kern, maar beleid moet voortaan worden bekeken in een driehoek van verduurzaming, weerbaarheid en concurrentiekracht. Industriebeleid gaat niet alleen over CO₂-reductie, maar ook over strategische energiecapaciteit, groene industrieclusters en investeringskracht. Tegelijk erkende hij dat de uitvoering te traag gaat. Vergunningen, bezwaarprocedures, natuur, erfgoed en bestuurlijke lagen maken projecten stroperig. Zijn reactie was pragmatisch: minder praten in algemeenheden, meer knelpunten oplossen per casus. “Kom maar door. Waar zit de pijn, waar kunnen we sneller?” De eerste versnelling zit volgens hem in kortere lijnen: “Eerste stap is elkaar kennen en vanuit dat kennen oplossen.”

Strategische rol raffinagesector

Van den Beukel reageerde positief, omdat hij in het gesprek de kernpunten van VEMOBIN herkende: duurzaamheid, concurrentiekracht en weerbaarheid. Maar hij waarschuwde dat goede woorden alleen niet genoeg zijn. De energietransitie is te lang verteld als een mooi toekomstverhaal, maar Nederland moet een nieuw energiesysteem bouwen terwijl het oude voorlopig nodig blijft. Zeker de raffinagesector heeft daarin een strategische rol. Met het HCSS-rapport No Fuel No Fight onderstreept VEMOBIN dat brandstoffen essentieel blijven voor leveringszekerheid en defensieve weerbaarheid. “Als we dat te snel naar de uitgang verwijzen, dan gaat het mis op onze weerbaarheid.” Zijn conclusie was nuchter: “De wereld is niet groen en mooi en perfect.”

 

‘Je kan niet verwachten dat Rotterdam sneller gaat dan andere gebieden in Europa’

 

Help, een energiecrisis! Wat nu?

Na de pauze verschoof de aandacht naar de vraag wat er gebeurt als geopolitieke spanning uitmondt in een energiecrisis. In het panel “Help, een energiecrisis! Wat nu?” ging het over hoge prijzen, mobiliteit en leveringszekerheid. Jeffrey van Geloof (VPR Energy/ Waste Plastic Upcycling) benadrukte dat Nederland zijn vijf raffinaderijen moet koesteren. Verduurzaming blijft nodig, maar extra nationale klimaatkoppen of een windfall tax kunnen averechts werken. “Je kan niet verwachten dat Rotterdam sneller gaat dan andere gebieden in Europa of uiteindelijk zelfs in andere werelddelen.”

Militaire brandstof

Maurits Kreijkes (EVOS) legde de nadruk op strategische voorraden. Civiele voorraden zijn niet bedoeld voor militaire scenario’s. Daarom pleitte hij voor een extra laag: “Bouw een militaire strategische voorraad op, die niet ten koste van, maar bovenop een civiele strategische voorraad komt.” Machiel Mulder (Rijksuniversiteit Groningen) bracht economische tegenspraak. Hij vertrouwt erop dat de markt via prijsprikkels, vraagrespons en internationale handel veel verstoringen opvangt. “Ik heb heel veel vertrouwen in de markt.” Tegelijk erkende hij dat militaire brandstof een andere categorie is: daar is de overheid niet alleen marktmeester, maar ook koper.

Hoe worden we energie-zekerder?

In het tweede panel, “Hoe worden we energie-zekerder?”, verschoof de discussie van acute crisis naar structurele weerbaarheid. Lotte Voermans (VAROPreem) stelde dat duurzame brandstoffen alleen kunnen doorbreken als de vraag actief wordt gestimuleerd. Haar kernpunt was scherp: “Als je geen vraagcreatie hebt, dan is er straks ook geen productie.”

 

‘Als je geen vraagcreatie hebt, dan is er straks ook geen productie’

 

Systeem achter de transitie

Tijs Beek (Sproule ERCE) keek naar het systeem achter de transitie. Nederland moet niet alleen nadenken over de opbouw van nieuwe ketens, maar ook over de afbouw van bestaande raffinagecapaciteit. Zonder coördinatie kunnen bedrijven in een krimpende markt tegelijk in de problemen komen, met risico’s voor leveringszekerheid. Zijn kritiek op Europa was even herkenbaar als ongemakkelijk: “Die drive naar perfectie. Dat is wel echt een Europese ziekte.” Arne Weverling (Gedeputeerde van de Provincie Zuid-Holland) gaf een duidelijke boodschap af: overheid en bedrijven moeten samen bepalen hoe het energiesysteem van 2050 eruit ziet, maar dan met minder verkokering en meer tempo.

2026: het jaar van de uitvoering? 

De afdronk van de avond was helder. Publiek en privaat hebben elkaar nodig. Er is expertise genoeg, maar Nederland dreigt vast te lopen in bureaucratie. De plannen liggen er. Nu moeten overheid en bedrijfsleven samen zorgen dat 2026 het jaar van uitvoering wordt.

 

Fotografie: Sicco van Grieken, www.siccopictures.com

Meer weten? Neem gerust contact op

Jan Bessembinders

Deel dit bericht