26

september

Columns

Door: jbessembinders

Verzorgingsplaats Den Ruygen Hoek

Langs de Nederlandse snelwegen liggen vele tientallen verzorgingsplaatsen met vaak bijzondere namen. Meestal rijden we er gedachteloos aan voorbij, zonder te weten dat er achter veel van die namen een interessante geschiedenis schuilgaat. In deze reeks staat steeds de geschiedenis van één zo’n naam centraal.

Wie over de A4 richting Schiphol rijdt, kan het restaurant niet ontgaan dat vijf kilometer voor het vliegveld over de snelweg is gebouwd. Het restaurant verbindt de verzorgingsplaatsen Den Ruygen Hoek Oost en Den Ruygen Hoek West die aan weerszijden van de snelweg liggen. Op de plek waar nu de wegen, laadplekken en parkeerterreinen strak zijn uitgelijnd, ging het er ooit ruig aan toe.

 

Ooit kolkte in deze omgeving het water van het Haarlemmermeer. Er wordt weleens gezegd dat de naam van deze twee verzorgingsplaatsen verwijst naar een ‘ruige hoek’ in het meer waar regelmatig schepen vergingen. Op een vergelijkbare manier wordt de naam van het nabijgelegen vliegveld soms verklaard als een verwijzing naar een ‘scheepshol’, een plek waar ooit veel schepen ten onder gingen. Luchthaven Schiphol houdt het er zelf op dat de naam in de 15e eeuw ontstaan is als een samenstelling van Gotische woorden die duiden op een laaggelegen stuk land (‘hol’) waar houtgehakt werd (‘skip’). Zo herinnert ook de naam van de Ruygen Hoek ons niet aan een wild stuk water, maar juist aan een onherbergzaam stuk land.

Het is onduidelijk wanneer de naam ontstaan is. Een van de oudste vermeldingen van de Ruygen Hoek is van Jan Adriaanszoon Leeghwater in zijn Haarlemmermeer-boek, waarin hij halverwege de zeventiende eeuw schreef “hoe men de Haarlemmermeer bedyken en droog maken zal”. Leeghwater was een van de eerste voorvechters voor het inpolderen van het meer. De aanleiding daarvoor was dat het woeste water van het meer – dat op enig moment circa 180 km2 groot was – steeds meer stukken land verzwolg. Het werd daarom ook wel de Waterwolf genoemd. Leeghwater geeft in zijn boek een uitgebreide verhandeling over de strijd van de mens tegen het water en hij presenteert een doorwrocht plan om het meer met behulp van 200 molens droog te leggen, “hetwelk zou dienen tot nut, profijt en voordeel van het gemeene beste voor het Vaderland”.

In een opsomming van getuigenverklaringen die zijn betoog moesten ondersteunen, schrijft hij onder ook over de Ruigenhoek bij Burgerveen:
“Cornelis Jonklaas van Aalsmeer, oud 64 jaren, bij mij wel bekend, heeft mij in de maand Maart 1641 verhaald, dat hij met zijnen vader op den Ruigenhoek gegaan heeft, dat zijn vader hem aanwijzing deed van een huis en erve, dat aldaar gestaan had, en dat zijn vader zich herinnerde, dat daar nog van de Meer af 500 roeden lands vóór het huis waren, en dat, bij zijn leven, het huis en de erve met die 500 roeden lands gansch en geheel was weggesleten.” En hij vervolgt: “Nog in het jaar 1642 een zeker getuigenis, dat daar bij den Ruigen-hoek, achter Burgerveen, de Meer in twee nachten met een sterk onweder vijf en twintig roeden lands in de breedte afgenomen heeft, in de maand van Maart, den 13en en 14en, zijnde donderdag en vrijdag. Zoodat deze waterwolf alles verslindt en vernielt wat daaromtrent is.”

Leeghwater kreeg weinig bijval. Het zou nog twee eeuwen duren voordat er serieus plannen voor de drooglegging van de Haarlemmermeer werden gemaakt. In 1848 begon de eerste van drie stoomgemalen met pompen; dit gemaal aan de zuidpunt van het meer werd heel toepasselijk De Leeghwater genoemd. Na het droogvallen van de polder in 1852 begon men met het ontginnen van het nieuwe land. Het strakke patroon van langgerekte polderkavels vormt een groot contrast met de woeste wildernis die er ooit lag. Maar wie goed speurt kan hier en daar nog wel een ruige hoek ontdekken.

 

Tekst en fotografie: René Dings
https://www.dinx.nl
https://twitter.com/rndngs

Deel dit bericht