13
maart
Door: jbessembinders
Verzorgingsplaatsen Willemsbos en Hendriksbos
Langs de Nederlandse snelwegen liggen vele tientallen verzorgingsplaatsen met vaak bijzondere namen. Meestal rijden we er gedachteloos aan voorbij, zonder te weten dat er achter veel van die namen een interessante geschiedenis schuilgaat. In deze reeks staat steeds de geschiedenis van één zo’n naam centraal.
Bij Nunspeet liggen de verzorgingsplaatsen Willemsbos en Hendriksbos aan weerszijden van de A28. Ze zijn door een tunnel onder de snelweg met elkaar verbonden. De plaatsen zijn ruim opgezet en liggen midden tussen de uitgestrekte naaldbossen. De namen passen goed in deze bosrijke omgeving. In dit verhaal gaat het niet over koning Willem en prins Hendrik – wat je misschien zou denken – maar over een vader en zoon Van Vloten die grootgrondbezitters waren in deze omgeving.
Willem van Vloten werd geboren in 1855. Hij groeide op in een bijzonder gezin. Zijn vader Johannes was een filosoof en letterkundige die bekend werd als de herontdekker van het werk van Spinoza. En Willems drie zussen Elisabeth, Martha en Kitty trouwden met drie Tachtigers, respectievelijk Willem Witsen, Albert Verwey en Frederik van Eeden. Willem was zelf meer een bèta. Hij studeerde in 1875 in Duitsland af als mijnbouwingenieur en maakte daarna carrière binnen de Duitse hoogovenindustrie, waarvan het grootste deel van de tijd bij een hoogovenbedrijf in Hörde (bij Dortmund). In die plaats werden later de Willem-van-Vloten-Straße en het gelijknamige metrostation naar hem genoemd. Willem speelde een belangrijke rol bij de technologische ontwikkeling van de hoogovenindustrie.
Tata Steel
Aan het eind van de negentiende eeuw kocht Willem – samen met zijn broer Frank – een flink grondgebied bij Nunspeet. Er ging daarna veel energie zitten in het ontginnen en herbebossen van de uitgestrekte zand- en heidegronden. Toen Willem in 1917 met pensioen ging, trok hij zich terug op zijn landgoed. De rust was van korte duur want een jaar later werd hij vanwege zijn uitgebreide vakkennis gevraagd als medeoprichter en commissaris van de Koninklijke Nederlandse Hoogovens en Staalfabrieken NV in IJmuiden, de voorloper van het huidige Tata Steel. Hij overleed in 1925 in Nunspeet.
‘Vijandelijk bezit’
Willem en zijn vrouw kregen vijf kinderen. Een van hen was Heinrich (ook wel Hendrik of Henk genoemd) die in 1895 in Hörde werd geboren. Hendrik volgde net als zijn vader een ingenieursopleiding, maar dan op een ander gebied. Hij promoveerde in 1932 op een ziekte die voorkomt bij Douglassparren en ontwikkelde zich vervolgens als bosbouwer en fytopatholoog (plantenziektekundige). Hendrik en zijn twee zussen (die allebei met een Duitser waren getrouwd) werden na het overlijden van hun beide ouders eigenaar van een deel van het grote landgoed. Hun eigendommen werden na de Tweede Wereldoorlog als ‘vijandelijk bezit’ door de staat onteigend. In 1947 werd Hendrik de eerste directeur van het bosbouwproefstation De Dorschkamp in Wageningen, dat tegenwoordig onderdeel is van het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek. Hij overleed in 1964 in Nunspeet.
Onteigend
Het is niet precies duidelijk wanneer het Willemsbos en het Hendriksbos hun namen kregen en wie die namen aan de bossen gegeven heeft. Het ruige gebied ten zuiden van Nunspeet staat op kaarten van voor 1900 nog aangeduid als de Nunspeetsche Heide. Op een kadastrale kaart uit 1916 is voor het eerst de naam Hendriksbosch te zien; Hendrik was toen 21 jaar oud. In het boek Landgoederen en wandelterreinen in Nederland uit 1946 staat het Hendriksbosch met een oppervlakte van ca. 600 hectare vermeld als eigendom van de Familie van Vloten. Bij het Willemsbos van ca. 218 hectare staat dan juist weer dr.ir. H. van Vloten als eigenaar. Een deel van het oorspronkelijke grondgebied van Willem van Vloten is op dat moment al onteigend. Het Hendriksbosch valt nog steeds onder het beheer van Staatsbosbeheer. Ergens in de jaren vijftig of zestig werd er nog een klein stuk van het grondgebied onteigend voor de aanleg van twee verzorgingsplaatsen langs de snelweg van Amersfoort naar Zwolle. De namen van vader en zoon leven sindsdien niet alleen voort in de namen van de bossen maar ook in die van de verzorgingsplaatsen.
Tekst en fotografie: René Dings
https://www.dinx.nl
Deel dit bericht