Onze oplossingen
Energie voor vervoer Grondstoffen voor de industrie
VEMOBIN is ontstaan uit de ambitie om een leidende rol te spelen op het snijvlak van de energietransitie, leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie. Onze sector onderschrijft de klimaatdoelstellingen van ‘Parijs’ en bewaakt tegelijkertijd dat Nederland en Noordwest-Europa tijdens de energietransitie niet noodgedwongen letterlijk stil komen te staan. Ook in geopolitiek spannende tijden willen wij dat jij gewoon naar je werk of met vakantie kunt – of dat nou op benzine, elektriciteit of duurzame vliegtuigbrandstoffen is. De leden van VEMOBIN streven dus niet alleen naar schonere, maar ook naar voldoende energie. En dat is een behoorlijke uitdaging, want naast forse investeringen in nieuwe brandstoffen en grondstoffen is ook gericht industriebeleid met de juiste randvoorwaarden nodig om van duurzame productie een duurzame business case te maken. Hier vertellen we je er meer over. De weg naar CO2-neutrale raffinaderijen én producten hebben we bovendien voor je uitgetekend in deze infographic.
Logisch dat je bij het bereiken van meer duurzaamheid meteen denkt aan elektrificatie, zonnepanelen en elektrische auto’s. VEMOBIN vindt ook dat je moet elektrificeren waar het kan. Maar met elektrificatie alleen krijgen we de energietransitie niet voor elkaar. De Nederlandse overheid onderkent in het Nationaal Plan Energiesysteem dat er ook in een klimaatneutrale samenleving in 2050 nog vraag bestaat naar koolstofdragers, met name voor energiedichte brandstoffen voor de lucht- en scheepvaart en als grondstof voor de chemie. Naast elektriciteit zijn dus ook schone energiebronnen in vloeibare of gasvorm (zoals groene of blauwe waterstof, bio-LNG en hernieuwbare (bio)brandstoffen) nodig om onze maatschappij verder te kunnen verduurzamen. De overstap van brandstoffen op fossiele koolstofbasis naar schonere vloeibare of gasvormige brandstoffen op basis van gerecyclede of biogene koolstof noemen we ‘koolstoftransitie’ en daar zetten we ons bij VEMOBIN graag voor in. De infrastructuur in de vorm van buisleidingen, raffinaderijen en tankstations ligt er immers al – en zo ontzien we ook het elektriciteitsnet. De koolstoftransitie ontstaat niet vanzelf. Daar zijn forse investeringen en beleidsaanpassingen voor nodig. Welke dat zijn op weg naar 2040, lees je bijvoorbeeld hier:
Bekijk: PwC FUTURE OF REFINING ONDERZOEK
Nederland heeft de ambitie uitgesproken om in 2050 een circulaire economie te realiseren waarin afval niet meer bestaat. In de raffinagesector hangen circulariteit en de koolstoftransitie nauw met elkaar samen. Het betekent dat we gaan wegbewegen van fossiele productie uit aardolie naar productie van vloeibare en gasvormige energie uit biomassa (plantaardige reststoffen) en dat we afvalstoffen, zoals ingezamelde vetten en rest- of afvalolie inzetten in het raffinageproces om onze voetafdruk te verkleinen. Omdat dat voorlopig niet genoeg is om in de energiebehoefte van Nederland en Noordwest-Europa te voorzien, pleit VEMOBIN naast groene productie ook voor productie van blauwe energie, waarbij de CO2 die vrijkomt bij de brandstofproductie wordt afgevangen om de emissie van broeikasgassen tegen te gaan. Deze studie laat je zien welke haalbare circulaire productie in de Rotterdamse haven mogelijk is.
De leden van VEMOBIN zijn actief in productie en levering van vrijwel alle vormen van energie voor vervoer en industrie, dus ook in laadstations voor elektrisch vervoer, laadoplossingen bij distributiecentra en thuisladers. De snelladers voor zwaar vrachtverkeer of personenvoertuigen vind je op de traditionele energiestations langs de weg, op speciale stand-alone laadstations of als individuele laadpalen op parkeerplaatsen in de bebouwde kom. In 2024 werd bijna een kwart van alle 400.000 (snel)laadpunten in Nederland geëxploiteerd door leden van VEMOBIN.
VEMOBIN is verbonden aan de Nationale Agenda Laadinfrastructuur en het Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur
In geopolitiek instabiele tijden is het cruciaal dat er voldoende energie wordt geproduceerd om aan de vraag te voldoen. Mensen moeten van A naar B kunnen blijven reizen, hulpdiensten moeten hun belangrijk werk kunnen blijven doen, het leger moet over voldoende brandstoffen en energie beschikken om paraat te blijven in NAVO-verband en via onze zeehavens en vliegvelden moet Nederland verbonden blijven met de rest van Europa en de wereld.
De Nederlandse raffinaderijen en productielocaties maken meer energie dan Nederland zelf nodig heeft. Vanwege hun uitstekende ligging aan de Noordzee zijn de Nederlandse raffinaderijen via buisleidingen en de binnenvaart ook verbonden met het Limburgse industriegebied Chemelot, het Duitse Roergebied en de Belgische industrie in de havens van Antwerpen en Gent. Omdat dat internationale ecosysteem van industriële bedrijven veel meer energie en brandstoffen nodig heeft dan alleen Nederland, produceren de leden van VEMOBIN voor de Noordwest Europese markt en zelfs voor de export buiten Europa. Als er wordt gezegd dat Nederland best met wat minder raffinaderijen uit kan, is dat wat ons betreft dan ook een denkfout die de continuïteit van de energielevering in gevaar kan brengen.
Nationaal zijn er wel de nodige afspraken om ervoor te zorgen dat Nederland in geval van crises een tijd vooruit kan met voldoende energie. Zo beheert COVA de strategische olievoorraden in Nederland, hebben de leden van VEMOBIN en VOTOB eigen voorraden om de energieproductie te garanderen en is er een Landelijk Crisisplan Olie (LCP-O) opgesteld om in tijden van nood de verdeling van schaarse energie op een gecoördineerde manier te kunnen garanderen.