Nuchtere, goed doortimmerde en bruikbare handvatten voor een verdere verduurzaming van de Nederlandse industrie in een Europese context. Zo luidt het eerste commentaar van branchevereniging VEMOBIN op het rapport ‘Belastingen in maatschappelijk perspectief’. Een ambtelijke werkgroep van het Ministerie van Financiën heeft het rapport opgesteld om impulsen te leveren voor een eenvoudiger en effectiever belastingstelsel. Ook de fiscale vrijstellingen voor de industrie (“fossiele subsidies”) zijn onder de loep genomen.

Europees perspectief

Het vuistdikke rapport met aanbevelingen voor een eenvoudiger en effectiever belastingsysteem is mede ingegeven door de maatschappelijke onrust die is ontstaan door fiscale vrijstellingen: dat wat in de wandelgangen ‘fossiele subsidies’ zijn gaan heten. VEMOBIN heeft eerder al aangegeven dat prijsprikkels voor mobiliteit of industrie verduurzaming moeten aanjagen, maar dat dat niet moet leiden tot negatieve effecten elders in de keten of tot weglekeffecten. Dan verplaatsen internationaal opererende bedrijven hun productie immers naar landen met minder strenge klimaateisen en daar schiet het klimaat niets mee op. Het is, aldus VEMOBIN, dan ook beter om Europees beleid als vertrekpunt te nemen voor klimaatmaatregelen, zodat bedrijven hier kunnen investeren in verduurzaming – zonder het risico op verplaatsing naar elders. Die gedachte ligt ook ten grondslag aan het rapport en dat is dan ook meteen het sterke punt: “Voor broeikasgassen (CO2, methaan en lachgas) geldt dat het Europese emissierechtenhandelssysteem (ETS), inclusief uitbreidingen en verlengingen, de basis legt”, aldus de samenstellers van het rapport. “De energiebelasting en autobelastingen zijn hier belangrijke nationale aanvullingen, maar [die] kunnen nog beter op het ETS worden afgestemd”. De basis voor effectief klimaatbeleid, dat bovendien in 2040 al in nuluitstoot uitmondt, ligt dus in Brussel, en Haagse maatregelen zouden erop gericht moeten zijn om afwijkingen van dat Europese systeem zo klein mogelijk te maken – omwille van het klimaat. Dit Europese perspectief blijft in de politieke arena dikwijls onderbelicht, dus goed dat dit zwart op wit staat.

‘Fossiele Subsidies’

Het Bouwstenenrapport staat in een apart hoofdstuk uitgebreid stil bij overwegingen rondom het afbouwen van fiscale vrijstellingen, rekening houdend met het bredere klimaatbeleid, lasteneffecten, handelingsperspectief en juridische mogelijkheden. Daar waar mogelijk schetst het rapport per sector afbouwpaden voor die vrijstellingen en dat doet het aan de hand van nationale en internationale mogelijkheden. Daarbij maakt het rapport duidelijk of afschaffing van een vrijstelling ook écht klimaatwinst oplevert, wijst het op weglekrisico’s en pleit het voor een internationale aanpak als dat laatste het geval is. Als vrijstellingen simpelweg niet mogen worden afgeschaft vanwege internationale verdragen, dan is het rapport daar helder over.

Een paar opvallende voorbeelden:

  • Een voorbeeld van een vrijstelling met een hoog weglekrisico, is het niet heffen van belasting op non-energetisch verbruik van minerale oliën (waaronder nafta). De ambtenaren van de werkgroep geven aan dat nationale afschaffing niet alleen een zeer groot weglekrisico kent, maar dat het veel beter zou zijn om in internationaal verband een norm vast te stellen voor een minimumaandeel niet-fossiele nafta. Dit voorkomt dat de naftaproductie uit ons land vertrekt en het is tevens een prikkel om bijvoorbeeld de productie van biogene nafta aan te jagen.
  • De vrijstelling voor het gebruik van brandstoffen in de zeevaart (met name stookolie) ligt vast in internationale zeevaartverdragen, zodat nationale afschaffing niet mogelijk is. Een extra nationale heffing om klimaatvriendelijkere alternatieven te stimuleren, zou gemakkelijk kunnen worden omzeild vanwege bunkermogelijkheden elders op de zeeroute (bunkertoerisme). Dat zou niet alleen funest zijn voor de grote Nederlandse bunkersector; het zou bovendien geen enkele klimaatwinst opleveren. De samenstellers pleiten daarom voor een scherper EU ETS, FuelEUMaritime en mondiale maatregelen via de IMO.
  • De raffinaderijvrijstelling (een Europees verplichte vrijstelling voor gassen en minerale oliën die in inrichting ontstaan en vervolgens energetisch worden ingezet om brandstoffen te produceren) kan volgens de ambtelijke experts het beste in internationaal verband worden aangepakt om weglek te voorkomen. Daarbij merken zij wel terecht op dat er al emissiereducties (scope 1) worden bewerkstelligd onder het Europese emissiehandelssysteem ETS en de nationale CO2-heffing industrie; de vraag is dus of afschaffing echt klimaatwinst oplevert.
  • Als het gaat om emissies van het wegverkeer, breken de samenstellers een lans voor een ingrijpende verbouwing van de beprijzing van mobiliteit, met onder meer de introductie van rekeningrijden en een uniform accijnstarief voor alle motorbrandstoffen dat in lijn is met de accijnzen van de ons omringende landen. Het is een ingrijpende systeemwijziging en als je die doorvoert belast je niet langer het bezit, maar het gebruik van een voertuig én los je de grensproblematiek voor tankstations definitief op. Voor inwoners van de grensstreek is het dan niet langer rendabel om de tank aan de andere kant van de grens vol te gooien. VEMOBIN is al langer voorstander van die oplossing, omdat het tankstationondernemers aan beide kanten van de grens verlost van een ongelijke concurrentiestrijd.

Niet alleen afbouw, ook opbouw

Een interessante losse bijlage bij het Bouwstenenrapport is het onderzoek van CE Delft dat de positieve kanten van het afschaffen van fossiele subsidies belicht. CE Delft signaleert dat er kansen liggen voor biobased grondstoffen, zoals groengas en bio-fuels voor scheepvaart en luchtvaart. Studies naar behoefte versus beschikbaarheid van biobased grondstoffen richten zich vooralsnog vaak op één of enkele sectoren en de mogelijke concurrentie met voedselproductie of grondgebruik. In alle economische sectoren en innovaties rijst daarom de vraag in hoeverre biobased alternatieven in voldoende mate beschikbaar zullen zijn voor opschaling en vervanging van de fossiele bronnen. Dit geeft volgens VEMOBIN goed weer dat de medaille van het klimaatvraagstuk en emissiereductie twee complexe zijden kent: afschaffing van een fiscale vrijstelling is één ding, maar dat mag nooit losgezien worden van de vraag of er voldoende handelingsperspectief voor de industrie is om toekomstbestendig en duurzaam te kunnen produceren – in dit geval moet er dus nog het nodige gebeuren om het potentieel van niet-fossiele alternatieven te ontsluiten.

Knap stuk werk

“Dit rapport laat duidelijk zien dat het mogelijk is om fiscale vrijstellingen af te schaffen of af te bouwen, maar dat je dat niet zomaar binnen de eigen landsgrenzen kunt doen zonder rekening te houden met de consequenties, zoals weglek naar het buitenland of verwaarloosbare klimaatwinst”, zegt directeur Erik Klooster van VEMOBIN in reactie op het rapport. “VEMOBIN denkt graag constructief mee over dit vraagstuk en we hebben daarom ook al eerder aangegeven dat we positief staan tegenover oplossingsrichtingen, mits dat de industrie in ons land ook echt prikkels geeft om in Nederland klimaatvriendelijker te produceren en mits je een goed langetermijnperspectief voor ogen hebt. Het is een knap stuk werk dat de ambtelijke specialisten het hele speelveld van klimaat- en milieueffecten, het weglekrisico, kansen voor nieuwe bedrijvigheid, lasteneffecten en juridische mogelijkheden hebben meegenomen. Dit onderzoek legt een goede basis voor een volgend kabinet om op voort te borduren.”

Meer weten? Neem contact op.

De brief aan de informateur

Regeerakkoord 2021

Duurzaam industriebeleid

Via duurzame industriepolitiek kan Nederland bijdragen aan de mondiale klimaatopgave én haar eigen verdienvermogen vergroten. De brief beschrijft wat er volgens de VEMOBIN nodig is in het Nederlandse regeerakkoord van 2021 zodat deze transitie slaagt.

Naar de brief
Duurzaam industriebeleid
VEMOBIN Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief